zondag 15 januari 2017

Klauteren en racen door een notenbalk

TIK TIK tik tik tik tik...

Daar gaan we weer. Samengeknepen lippen, onderlip iets naar binnen, mondhoeken gekruld. Niet te hard blazen, niet te zacht. Vooral niet forceren. Ik moet denken aan het mantra van mijn eerste hardlooptrainer. 'Mooi lopen'. Mooi spelen dus. Maar het fijne van hardlopen is dat je één ritme hebt, en dat de enige melodie waar je mee te maken kunt hebben uit een oortelefoontje komt. 'Noten leren lezen is net een taal leren.' Dat is het mantra van mijn eerste saxofoonlerares. Dat zou mij toch moeten liggen. Maar met mijn ogen die horizontaal en verticaal hun weg proberen te vinden over het papier, voelt het voor mij meer als navigeren - en dat is nou niet bepaald een kwaliteit van mij...




De beat die me begeleidt doet me denken aan de voorgeprogrammeerde deuntjes die vroeger uit het keyboard van mijn moeder kwamen. Toen deed ik er gekke dansjes op, nu zorgen ze voor houvast. Maar ook voor druk. De eindtijd staat al vast, maar verder niets. Het gaat niet om snelheid maar om ritme. Niet om kracht maar om souplesse. Toch is het ook hard werken. Terwijl mijn hersenen kraken om de signalen door te geven aan mijn vingers, worden mijn kaakspieren geteisterd door de variërende toonhoogtes. Wat bij het hardlopen voor mijn bovenbenen geldt, speelt nu voor mijn kaken: hoe stijler omhoog, des te zwaarder voor de spieren. Van een G naar een C: dat voel je wel...




Daar is ie-weer: de G-sleutel. Ik vind het nog steeds een raar ding. Was een muziekstuk maar net zo overzichtelijk als een klimwand: daar zijn de grepen weliswaar oneindig divers en de routes onvoorspelbaar, maar volg je uiteindelijk gewoon een kleurtje. Bovendien kun je regelmatig uitrusten en word je continue gezekerd. Als ik nu een verkeerde noot speel ben ik meteen de draad kwijt; dan kan ik net zo goed helemaal overnieuw beginnen. Gelukkig duurt een liedje vaak maar een minuut of 3 of 4. Al ben ik aan een volledig liedje voorlopig sowieso nog niet toe. Laat staan een heel optreden...




Nog één regel. Dit relatief eenvoudige stuk lijk ik nu redelijk onder de knie te hebben. Maar in de toekomst staan me onder meer nog 'driedubbel gepunteerde noten' te wachten, zo las ik in Noten lezen voor dummies. Ga ik dit instrument ooit echt beheersen? Ik zoek maar weer de parallel met het sporten. Er waren tijden dat ik me moeilijk kon voorstellen ooit een 6B te klimmen of een marathon te lopen... Aandacht er bij houden nu; de beat dendert voort. Ik voel me opgejaagd alsof ik tijdens het laatste stuk naar een finishlijn nog bijna wordt ingehaald. Bij het bereiken van de laatste noot voel ik me net zo opgelucht als bij het vastklampen van de laatste greep van een klimroute. Voldaan blaas ik mijn laatste adem uit.



zondag 13 november 2016

Een nieuw geluid

Ik heb op deze blog al heel wat resultaten gedeeld. Niet alleen de mooie PR’s en mijn enkele overwinning, ook de teleurstellende uitslagen en die ene keer dat ik ben uitgevallen. Met het openbaar maken van dit soort resultaten heb ik niet zo’n moeite – de tijden staan bovendien toch al ergens op een website, deze link online zetten vind ik wat spannender…

Toch ben ik na slechts 1 saxofoonles al best trots op dit resultaat! De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit wel de beste take was. Helaas voor de buren (en hun buren - wat een volume komt er uit zo'n sax!) bleef het voor hen niet beperkte tot deze 33 seconden… Ik heb de afgelopen dagen heel wat herrie door de dunne muren van mijn jaren ’30 huis getoeterd. Een bonte verzameling van hoge en lage tonen, schel gepiep en toonloos geblaas. Mijn 'publiek' zou waarschijnlijk niet zeggen dat mijn repertoire nog maar uit 1 nummer bestaat.

Hoe dan ook: ik vind het leuk! De juiste plaatsing van de lippen, opgetrokken mondhoeken, precies hard genoeg blazen. Om enigszins prettig geluid uit het apparaat te krijgen moet alles kloppen. En dan probeer ik tussendoor óók nog even noten te leren lezen.

Met het thuis oefenen kan ik mijn trainingshart nu weer ophalen. Discipline en techniek zijn immers precies de dingen die niet meer van belang zijn bij het hardlopen, nu mijn voetblessure me nog beperkt tot af en toe een rondje joggen.

Joggen. Dat ik dat woord nog eens zou gebruiken… Ik overweeg zelfs mijn snelle ‘tight’ en lichtgewicht jasje in te ruilen voor een jogging broek en een hoodie. Geen versnellingen, geen horloge: in een rustig tempootje lekker mijn gedachten laten gaan. Helaas nestelt zicht de laatste tijd wel telkens één kort maar irritant deuntje in mijn hoofd…

zondag 30 oktober 2016

Rijdende zaken

Met pijn in het hart heb ik deze week toch maar de baan opgezegd. Niet míjn baan, maar de 400 meter lange tartan baan waar je zo lekker rondjes over kunt rennen. Waar je zo goed op je techniek en snelheid kunt letten en in een hele fijne flow kunt raken. Een baan die ik kortom heel erg ga missen. Maar waar ik met mijn blessure weinig anders meer te zoeken heb dan 'vrijwillige' bardienst draaien in het naastgelegen clubhuis.

Ethisch vraagstuk
Voor die voet heb ik nog altijd goede hoop op volledige genezing, voor mijn auto was dat na de APK vorige maand anders. Ik had hem nog kunnen redden met een ultieme levensverlengende ingreep, maar liep tegen een lastig ethisch vraagstuk aan. De technische wetenschap ontwikkelt zich razendsnel en monteurs hebben de kennis en middelen om het einde lang te blijven uitstellen, maar op een gegeven moment denk je: hoe veel is een autoleven nog waard...

Ik besloot na enige aarzeling - ingegeven door mijn zuinigheid en het feit dat ik helemaal niets met auto's 'heb' - op zoek te gaan naar een nieuwe bolide en kwam terecht in de wondere wereld van occasions. Proefritten, kilometerstanden, elektrische ramen voor én achter... In de strijd met verkopers en andere geïnteresseerden voelde het al snel als een sport om onder tijdsdruk een maximaal resultaat te bereiken. Helaas is een auto kopen wel vooral een denksport. Ik ben weliswaar een denker en houd erg van sporten, maar ik houd die werelden graag gescheiden.

Koppendraaier
Uiteindelijk kocht ik deze week een Toyota Yaris. 'Geen koppendraaier', gaf de verkoper eerlijk toe. 'Het is geen auto waar mensen hun hoofd in bewondering voor zullen omdraaien', beantwoordde hij mijn vragende blik. Prima voor mij, want verder rijdt hij natuurlijk 'als een zonnetje', is hij 'altijd bij deze garage in onderhoud geweest', kon hij 'echt niets met de prijs doen' en was de uiteindelijke korting écht het maximale 'omdat hij er anders niks op zou verdienen'.

Ik heb mijn eerste kilometers er inmiddels op zitten. Inderdaad draait hij weinig koppen, maar komt dat door zijn niet zo flitsende uiterlijk, of doordat half Nederland in een Yaris rijdt, waar het op lijkt nu ik er op let? Hoe dan ook bevalt hij tot nu toe prima. En toch: de fiets zal ook met deze luxe voor de deur mijn favoriete vervoermiddel blijven. Of nee, eigenlijk is dat de benenwagen... Het is denk ik een soort oergevoel: beweging hoort inspanning te kosten. Wat dat betreft zou ik ook nog de atletiekbaan kunnen verruilen voor de racebaan; autoracen schijnt fysiek loodzwaar te zijn, en dan kan ik toch mijn rondjes blijven draaien...

Nee, ik heb genoeg andere nieuwe hobby's in mijn gedachten waar ik wél voor warm, uh... loop. Daar heb ik al langer weer wat meer tijd voor, en met mijn nieuwe auto nu ook een grotere actieradius. Born to Run blijft mijn lijflied, maar voorlopig denk ik: The Road Ahead is Empty!



zaterdag 15 oktober 2016

Onder de 2 uur? Lekker boeiend!

Gisteravond besteedde Nieuwsuur weer eens aandacht aan die regelmatig terugkerende discussie in de sportjournalistiek: is het mogelijk de marathon binnen 2 uur te lopen? (Huidig wereldrecord: 2.02.57) Aanleiding om het hier opnieuw over te hebben was de marathon van Amsterdam morgen, al werd aan het einde van de reportage nog even gemeld dat dit parcours sowieso geen kans zou maken op een toptijd. De betreffende atleet zal in ieder geval over een betere timing moeten beschikken dan de redactie van Nieuwsuur...

Hoe dan ook blijft het een interessante discussie. Wat mij betreft niet zo zeer óf het mogelijk is, maar meer dat we er zo'n punt van maken. Want wat zegt het nou eigenlijk als een mens dit kan bereiken? Het zegt dat hij (of zij, laat ik alle opties open houden) gedurende 42.195 meter een tempo kan lopen van 21,1 kilometer per uur. Dat is ontzettend knap, maar tegelijkertijd een vrij willekeurige prestatie.

Magische grenzen
In het item wordt de vergelijking getrokken met andere magische grenzen in de hardloopsport. In 1954 liep Roger Bannister voor het eerst een mijl in 4 minuten. Inmiddels staat het wereldrecord op  3.43.13 maar is de mijl op grote internationale kampioenschappen volledig vervangen door de 1.500 meter. Op die afstand staat het wereldrecord op 3.26. Op naar de 3 minuten!

Waarschijnlijk zal er in de atletiek nooit meer een magischer grens zijn dan die van 10 seconden op de 100 meter, doorbroken door Jim Hines in 1968. De vrouwen hebben die mijlpaal nog wél voor de boeg. Gek eigenlijk dat dáár geen reportages over worden gemaakt...

Een tempo van 21,1 kilometer is heel erg hard, zeker gedurende 2 uur, maar we vieren het straks alleen omdat ze bij de Olympische Spelen van Londen in 1908 om organisatorische (!) redenen besloten de afstand van 25 mijl naar 26 mijl te verlengen. En uiteindelijk werd de officiële lengte 42.195 meter, wat omgerekend 26,21875(...) mijl is. Het is zogenaamd een 'historische' afstand, maar als je er over nadenkt...

Euro
Het zijn maar getallen, net als geldbedragen. Dat ook die maar relatief zijn bleek wel na de invoering van de Euro. Vóór 2002 wist ik precies wat een goede prijs was voor een krat bier. En wilde ik maximaal 100 gulden uitgeven aan een spijkerbroek. Daarna was het - nog los van de stiekeme prijsverhogingen rond die tijd - weer zoeken naar nieuwe normen en grenzen. Wat meteen aangaf hoe relatief die eigenlijk zijn... Ook voor een zak appels van, pak hem beet, 1,59...


Misschien loopt er over 10 jaar een vroeg gescoute, op de juiste genen geselecteerde atleet met hoogcalorische superdrankjes en op ultradunne op maat gemaakte schoenen naar een tijd van onder de 120 minuten. Het zou fantastisch zijn, maar zou het net zo'n boeiend schouwspel opleveren als een paar weken geleden in Berlijn, toen de ene topfavoriet de andere aanviel en na een ultieme eindsprint 7 seconden bóven het wereldrecord bleef?
Hopelijk krijgen we morgen ook zo'n strijd te zien. Met die grens van 2 uur hoeven we ons dus niet bezig te houden, maar natuurlijk houden we een schuin oog op de klok. Misschien dat er wel een parcoursrecord in zit...

zondag 25 september 2016

Op mijn lijstje

Veel mensen hebben ‘een lijstje’. Die willen nog wel eens naar Japan. Of reageren instemmend op een kennis die naar Cuba is geweest: ‘Die staat ook nog op mijn lijstje.’ Zelf ben ik niet zo van dat soort wensenlijstjes. Dat zou je een gebrek aan dromen kunnen noemen, maar ook een open blik. Zo heb ik me de afgelopen maanden nog laten verrassen door Rotterdam - waar ik toch al ontelbare keren geweest was, maar ook door de charme van een afgelegen natuurcamping in Duitsland.

Hoe dan ook, mocht ik een lijstje met gewenste reisbestemmingen hebben gehad, dan zou ik daar dit jaar heel wat vinkjes voor hebben kunnen zetten. Op het moment dat ik dit tik vlieg ik terug uit Moskou, precies een jaar geleden mocht ik voor werk naar Brazilië en eerder dit jaar was ik voor het eerst in Rome en – echt waar, ook voor het eerst - Engeland. Ik heb het afgelopen jaar meer kilometers gevlogen dan meters hardgelopen…

Buikje
Het is een groot voorrecht zoveel van de wereld te mogen zien, en dat soms zelfs in de tijd van de baas, maar tijdens het reizen is het sportieve en gezonde ritme waar ik zo van houd een hele uitdaging. Nu snap ik wat beter waar dat buikje van de gemiddelde zakenman vandaan komt... Nu zal dat bij mij niet zo’n vaart lopen, en bovendien ben ik momenteel toch nergens serieus voor aan het trainen, maar een beetje fit blijven is toch wel lekker. 

En hoe zeer ik er ook principieel op tegen ben – lopen is een buitensport! -  de loopband in het hotel blijkt vaak een heel nuttig alternatief. Zo was het in Brazilië vorig jaar te gevaarlijk om ’s ochtend vroeg alleen naar buiten te gaan en bij een eerdere reis naar China te heet en te vochtig om je überhaupt op straat te bewegen. Dan leer je Nederland weer extra waarderen, al weet je niet hoe de terreurdreiging en klimaatverandening zich verder ontwikkelen...

In Rusland was mijn excuus voor het gebruik van de loopband mijn nog steeds tere voetje. Een loopband is dan net wat veiliger dan een rondje Rode Plein. Dan doel ik niet op de politieke situatie, maar meer op de ongelijk aangelegde klinkers.


Wat wel een beetje jammer is van de loopband: in tegenstelling tot de straten of landschappen buiten is hij overal hetzelfde. Wat dat betreft maakte het cyrillische schrift dit exemplaar dan nog vrij bijzonder. Gelukkig werken die fitnessapparaten vrij intuïtief, want op het vroege tijdstip dat ik me in het fitness-hok meldde was er verder niemand te bekennen die me kon helpen met een gebruiksaanwijzing.

Mijn enige gezelschap was die jongen in de spiegel - wat is dat toch dat ze fitnessruimtes altijd volhangen met spiegels?! - die me zo gelukkig aankeek. Want al was het maar een sessie van 15 minuten en al was het in een sfeerloos zweethok, ik kreeg er bijna runner's high van. Bij het afstappen leek ik zelfs nog even door te zweven, maar dat zal wel iets biomechanisch zijn. Of zou er toch wodka in die watertanks gezeten hebben...?

Douane
Ok, dat was een inkoppertje. Maar meer grappen zal ik niet maken over de Russen, want het zijn hele aardige mensen. (En we gaan zo landen: ik wil natuurlijk wel gewoon zonder problemen de douane doorkomen... Met al dat reizen word ik zo langzamerhand vast extra in de gaten gehouden. Eerlijk gezegd heb ik al een paar keer het idee gehad dat die ventilatieknop zich langzaam naar me toe draait...)

---

Inmiddels ben ik weer in Nederland en tik ik deze laatste woorden. Heel toevallig is vandaag de marathon van Moskou gelopen. Met daadwerkelijk een rondje op het Rode Plein. En vanochtend vond een spectaculaire editie plaats van de marathon van Berlijn, waar ik drie weken geleden nog was en mezelf al onder de Brandenburger Tor zag doorlopen.

Het is dat ik niet aan lijstjes doe…

zaterdag 6 augustus 2016

Blote voeten

Dat het in Nederland nog geen beste zomer is combineert in principe prima met mijn hardloopblessure. Ik ben deze week maar liefst twee keer gaan klimmen. Lekker binnen! Dat schrijf ik natuurlijk met enige ironie, want er gaat niets boven buiten sporten... Best jammer dan ook dat je om te klimmen in Nederland veroordeeld bent tot een muffe en zweterige zaal. Zeker omdat het juist net als hardlopen een echte 'oeractiviteit' is. Ooit een pure noodzaak om te rennen of klauteren ten opzichte van wilde beesten of andere vijanden.

In de basis heb je voor deze sport nog steeds niets anders nodig dan handen, voeten en een goede eeltlaag. Geen scheidsrechter of klok, geen ingewikkelde puntentelling, geen bal, net of fiets.

Olympisch
Overigens zal dit ook wel de reden zijn van de opmerking van de juf van mijn nichtje. Toen zij haar leerlingen onlangs vroeg welke sporten ze allemaal kenden, noemde mijn nichtje trots de hobby van haar papa en haar oom. Maar dat was - tot verontwaardiging van de indiener - volgens de juf toch echt geen sport! Het deed me dan ook extra goed dat het IOC deze week bekend maakte dat klimmen olympisch wordt. Precies in de week dat mijn nichtje haar eerste klimles heeft genomen. Dat kan geen toeval zijn.

Ze heeft nog precies vier jaar om te trainen (al is ze dan nog wat jong, hopelijk blijft die Olympische status nog een tijdje). En om een sponsor te zoeken, want in de praktijk is deze 'oeractiviteit' bepaald niet (meer) goedkoop. De toegang tot de klimhal - zo'n 12 euro per keer -, een gordel, karabiners, zekerapparaat, pofzakje, en natuurlijk schoenen... De hogere frequentie laat zich momenteel al gelden in de staat van mijn schoeisel. Misschien moet ik ook nog eens de levensduur van mijn zekermateriaal checken...


Dankzij mijn voetblessure spaar ik in ieder geval heel wat geld aan loopschoenen uit. Ik zweer zoals vele anderen bij de 'Nimbus'. Dat weet Asics ook, en dus leggen ze er elk iets aangepast model, en dus elk jaar, een tientje bovenop. Inmiddels staat de teller op 180 euro... En natuurlijk koop ik elk jaar nieuwe. Niet alleen goed voor de demping van mijn voeten en de omzet van Asics, ook voor de tweedehands kledinginzameling. De schoenen waar ik mijn eerste wedstrijd opliep, mijn eerste marathonschoenen, de dragers van al mijn PR's: allemaal uitgewaaiderd over de wereld.

Comfort
Aan mijn versleten klimschoentjes hebben ze denk ik niet zo veel meer. Hoe dan ook moet ik duidelijk weer gaan shoppen. En dat is niet per se iets om uit te kijken. Waar het altijd lekker is om gloednieuwe hardloopschoenen aan te trekken, met zo'n heerlijk zacht bedje en optimale demping, is comfort bij klimschoenen totaal irrelevant. Sterker nog, de regel is: zitten ze lekker, dan zitten ze niet goed. Bij hardloopschoenen koop je 1 of 2 maten te groot, bij klimschoenen 1 of 2 te klein. Want dan voelt het net alsof je direct contact met de wand hebt...

Nu ik dit zo opschrijf: waarom dragen we dan eigenlijk schoentjes, en werken we niet gewoon aan ons eelt?! In het hardlopen is 'barefoot running' ook bezig aan een flinke opmars. Misschien moet het klimmen dezelfde kant op... Of zou dat voor oneerlijke concurrentie zorgen? Een hamerteen, zwemvliezen en andere voetafwijkingen kunnen wellicht allemaal voor- of nadelig uitpakken voor een prestatie. Maar goed, volgens de olympische gedachte is meedoen toch belangrijker dan winnen...

zondag 31 juli 2016

Van de noot een deugd

Helaas. Dat ik hier na ongeveer een half jaar stilte plotseling weer iets van me laat horen, wil niet zeggen dat ik eindelijk van mijn voetblessure af ben. Het zegt vooral dat mijn plezier in het bloggen groter is dan mijn afhankelijkheid van het hardlopen.

Aan die blessure, bijbehorende behandeling en hoop op genezing wil ik niet al te veel woorden meer wijden. De tijd die ik overhoud door niet hard te lopen is prima te vullen met andere zaken; ik heb er vertrouwen in dat dit ook gaat gelden voor de pagina's op deze weblog.

Want naast schrijver blijf ik natuurlijk wel een sportman. Fietsen toont zich zeker in de zomer een prima alternatieve duursport, klimmen biedt me net als hardlopen de kick van het verleggen van grenzen, en kent dezelfde sensatie dat elke vezel in mijn lichaam plus mijn geest meedoet met het leveren van een prestatie. Op mijn eigen niveau.

Verder probeer ik me nog steeds iedere week te melden bij de sportschool - ook een goed alternatief voor als ik op reis ben. Oké, misschien zijn de crosstrainer en de 'leg press' niet de meest inspirerende onderwerpen om over te bloggen. Maar dat ziet de schrijver in mij juist als een uitdaging...

Verder is deze periode natuurlijk ook een kans om nieuwe paden te bewandelen, en dat hoeft niet per se op sportschoenen. Zo heb ik onlangs een proefles saxofoon gehad. Om hier alleen al geluid uit te krijgen én noten te leren lezen is ook al een soort sport. Misschien train ik er mijn longinhoud ook nog wel mee, in ieder geval vond ik het erg leuk om te doen en ben ik van plan komend najaar op les te gaan.




Genoeg inspiratie dus om te blijven bloggen, al dreigt deze weblog zo wel een beetje een allegaartje te worden. En daarmee volledig in te gaan tegen één van de belangrijkste basisregels van het bloggen: kies één onderwerp...

Gelukkig biedt de titel van deze weblog in ieder geval de benodigde ruimte - 'Ton klimt in de pen' of 'Tons getetter' zouden nu ook passend zijn Hoe dan ook, om toch nog even terug te komen op die blessure, natuurlijk blijf ik wel keihard hopen op, werken aan en geloven in herstel van mijn voet.

Zodat ik uiteindelijk (ook) weer kan schrijven over atletiekbanen en intervaltrainingen. Over (halve)marathons en PR's. En vast ook weer over nieuwe blessures...

Ik zie wel hoe het loopt.