zondag 30 oktober 2016

Rijdende zaken

Met pijn in het hart heb ik deze week toch maar de baan opgezegd. Niet míjn baan, maar de 400 meter lange tartan baan waar je zo lekker rondjes over kunt rennen. Waar je zo goed op je techniek en snelheid kunt letten en in een hele fijne flow kunt raken. Een baan die ik kortom heel erg ga missen. Maar waar ik met mijn blessure weinig anders meer te zoeken heb dan 'vrijwillige' bardienst draaien in het naastgelegen clubhuis.

Ethisch vraagstuk
Voor die voet heb ik nog altijd goede hoop op volledige genezing, voor mijn auto was dat na de APK vorige maand anders. Ik had hem nog kunnen redden met een ultieme levensverlengende ingreep, maar liep tegen een lastig ethisch vraagstuk aan. De technische wetenschap ontwikkelt zich razendsnel en monteurs hebben de kennis en middelen om het einde lang te blijven uitstellen, maar op een gegeven moment denk je: hoe veel is een autoleven nog waard...

Ik besloot na enige aarzeling - ingegeven door mijn zuinigheid en het feit dat ik helemaal niets met auto's 'heb' - op zoek te gaan naar een nieuwe bolide en kwam terecht in de wondere wereld van occasions. Proefritten, kilometerstanden, elektrische ramen voor én achter... In de strijd met verkopers en andere geïnteresseerden voelde het al snel als een sport om onder tijdsdruk een maximaal resultaat te bereiken. Helaas is een auto kopen wel vooral een denksport. Ik ben weliswaar een denker en houd erg van sporten, maar ik houd die werelden graag gescheiden.

Koppendraaier
Uiteindelijk kocht ik deze week een Toyota Yaris. 'Geen koppendraaier', gaf de verkoper eerlijk toe. 'Het is geen auto waar mensen hun hoofd in bewondering voor zullen omdraaien', beantwoordde hij mijn vragende blik. Prima voor mij, want verder rijdt hij natuurlijk 'als een zonnetje', is hij 'altijd bij deze garage in onderhoud geweest', kon hij 'echt niets met de prijs doen' en was de uiteindelijke korting écht het maximale 'omdat hij er anders niks op zou verdienen'.

Ik heb mijn eerste kilometers er inmiddels op zitten. Inderdaad draait hij weinig koppen, maar komt dat door zijn niet zo flitsende uiterlijk, of doordat half Nederland in een Yaris rijdt, waar het op lijkt nu ik er op let? Hoe dan ook bevalt hij tot nu toe prima. En toch: de fiets zal ook met deze luxe voor de deur mijn favoriete vervoermiddel blijven. Of nee, eigenlijk is dat de benenwagen... Het is denk ik een soort oergevoel: beweging hoort inspanning te kosten. Wat dat betreft zou ik ook nog de atletiekbaan kunnen verruilen voor de racebaan; autoracen schijnt fysiek loodzwaar te zijn, en dan kan ik toch mijn rondjes blijven draaien...

Nee, ik heb genoeg andere nieuwe hobby's in mijn gedachten waar ik wél voor warm, uh... loop. Daar heb ik al langer weer wat meer tijd voor, en met mijn nieuwe auto nu ook een grotere actieradius. Born to Run blijft mijn lijflied, maar voorlopig denk ik: The Road Ahead is Empty!



zaterdag 15 oktober 2016

Onder de 2 uur? Lekker boeiend!

Gisteravond besteedde Nieuwsuur weer eens aandacht aan die regelmatig terugkerende discussie in de sportjournalistiek: is het mogelijk de marathon binnen 2 uur te lopen? (Huidig wereldrecord: 2.02.57) Aanleiding om het hier opnieuw over te hebben was de marathon van Amsterdam morgen, al werd aan het einde van de reportage nog even gemeld dat dit parcours sowieso geen kans zou maken op een toptijd. De betreffende atleet zal in ieder geval over een betere timing moeten beschikken dan de redactie van Nieuwsuur...

Hoe dan ook blijft het een interessante discussie. Wat mij betreft niet zo zeer óf het mogelijk is, maar meer dat we er zo'n punt van maken. Want wat zegt het nou eigenlijk als een mens dit kan bereiken? Het zegt dat hij (of zij, laat ik alle opties open houden) gedurende 42.195 meter een tempo kan lopen van 21,1 kilometer per uur. Dat is ontzettend knap, maar tegelijkertijd een vrij willekeurige prestatie.

Magische grenzen
In het item wordt de vergelijking getrokken met andere magische grenzen in de hardloopsport. In 1954 liep Roger Bannister voor het eerst een mijl in 4 minuten. Inmiddels staat het wereldrecord op  3.43.13 maar is de mijl op grote internationale kampioenschappen volledig vervangen door de 1.500 meter. Op die afstand staat het wereldrecord op 3.26. Op naar de 3 minuten!

Waarschijnlijk zal er in de atletiek nooit meer een magischer grens zijn dan die van 10 seconden op de 100 meter, doorbroken door Jim Hines in 1968. De vrouwen hebben die mijlpaal nog wél voor de boeg. Gek eigenlijk dat dáár geen reportages over worden gemaakt...

Een tempo van 21,1 kilometer is heel erg hard, zeker gedurende 2 uur, maar we vieren het straks alleen omdat ze bij de Olympische Spelen van Londen in 1908 om organisatorische (!) redenen besloten de afstand van 25 mijl naar 26 mijl te verlengen. En uiteindelijk werd de officiële lengte 42.195 meter, wat omgerekend 26,21875(...) mijl is. Het is zogenaamd een 'historische' afstand, maar als je er over nadenkt...

Euro
Het zijn maar getallen, net als geldbedragen. Dat ook die maar relatief zijn bleek wel na de invoering van de Euro. Vóór 2002 wist ik precies wat een goede prijs was voor een krat bier. En wilde ik maximaal 100 gulden uitgeven aan een spijkerbroek. Daarna was het - nog los van de stiekeme prijsverhogingen rond die tijd - weer zoeken naar nieuwe normen en grenzen. Wat meteen aangaf hoe relatief die eigenlijk zijn... Ook voor een zak appels van, pak hem beet, 1,59...


Misschien loopt er over 10 jaar een vroeg gescoute, op de juiste genen geselecteerde atleet met hoogcalorische superdrankjes en op ultradunne op maat gemaakte schoenen naar een tijd van onder de 120 minuten. Het zou fantastisch zijn, maar zou het net zo'n boeiend schouwspel opleveren als een paar weken geleden in Berlijn, toen de ene topfavoriet de andere aanviel en na een ultieme eindsprint 7 seconden bóven het wereldrecord bleef?
Hopelijk krijgen we morgen ook zo'n strijd te zien. Met die grens van 2 uur hoeven we ons dus niet bezig te houden, maar natuurlijk houden we een schuin oog op de klok. Misschien dat er wel een parcoursrecord in zit...

zondag 25 september 2016

Op mijn lijstje

Veel mensen hebben ‘een lijstje’. Die willen nog wel eens naar Japan. Of reageren instemmend op een kennis die naar Cuba is geweest: ‘Die staat ook nog op mijn lijstje.’ Zelf ben ik niet zo van dat soort wensenlijstjes. Dat zou je een gebrek aan dromen kunnen noemen, maar ook een open blik. Zo heb ik me de afgelopen maanden nog laten verrassen door Rotterdam - waar ik toch al ontelbare keren geweest was, maar ook door de charme van een afgelegen natuurcamping in Duitsland.

Hoe dan ook, mocht ik een lijstje met gewenste reisbestemmingen hebben gehad, dan zou ik daar dit jaar heel wat vinkjes voor hebben kunnen zetten. Op het moment dat ik dit tik vlieg ik terug uit Moskou, precies een jaar geleden mocht ik voor werk naar Brazilië en eerder dit jaar was ik voor het eerst in Rome en – echt waar, ook voor het eerst - Engeland. Ik heb het afgelopen jaar meer kilometers gevlogen dan meters hardgelopen…

Buikje
Het is een groot voorrecht zoveel van de wereld te mogen zien, en dat soms zelfs in de tijd van de baas, maar tijdens het reizen is het sportieve en gezonde ritme waar ik zo van houd een hele uitdaging. Nu snap ik wat beter waar dat buikje van de gemiddelde zakenman vandaan komt... Nu zal dat bij mij niet zo’n vaart lopen, en bovendien ben ik momenteel toch nergens serieus voor aan het trainen, maar een beetje fit blijven is toch wel lekker. 

En hoe zeer ik er ook principieel op tegen ben – lopen is een buitensport! -  de loopband in het hotel blijkt vaak een heel nuttig alternatief. Zo was het in Brazilië vorig jaar te gevaarlijk om ’s ochtend vroeg alleen naar buiten te gaan en bij een eerdere reis naar China te heet en te vochtig om je überhaupt op straat te bewegen. Dan leer je Nederland weer extra waarderen, al weet je niet hoe de terreurdreiging en klimaatverandening zich verder ontwikkelen...

In Rusland was mijn excuus voor het gebruik van de loopband mijn nog steeds tere voetje. Een loopband is dan net wat veiliger dan een rondje Rode Plein. Dan doel ik niet op de politieke situatie, maar meer op de ongelijk aangelegde klinkers.


Wat wel een beetje jammer is van de loopband: in tegenstelling tot de straten of landschappen buiten is hij overal hetzelfde. Wat dat betreft maakte het cyrillische schrift dit exemplaar dan nog vrij bijzonder. Gelukkig werken die fitnessapparaten vrij intuïtief, want op het vroege tijdstip dat ik me in het fitness-hok meldde was er verder niemand te bekennen die me kon helpen met een gebruiksaanwijzing.

Mijn enige gezelschap was die jongen in de spiegel - wat is dat toch dat ze fitnessruimtes altijd volhangen met spiegels?! - die me zo gelukkig aankeek. Want al was het maar een sessie van 15 minuten en al was het in een sfeerloos zweethok, ik kreeg er bijna runner's high van. Bij het afstappen leek ik zelfs nog even door te zweven, maar dat zal wel iets biomechanisch zijn. Of zou er toch wodka in die watertanks gezeten hebben...?

Douane
Ok, dat was een inkoppertje. Maar meer grappen zal ik niet maken over de Russen, want het zijn hele aardige mensen. (En we gaan zo landen: ik wil natuurlijk wel gewoon zonder problemen de douane doorkomen... Met al dat reizen word ik zo langzamerhand vast extra in de gaten gehouden. Eerlijk gezegd heb ik al een paar keer het idee gehad dat die ventilatieknop zich langzaam naar me toe draait...)

---

Inmiddels ben ik weer in Nederland en tik ik deze laatste woorden. Heel toevallig is vandaag de marathon van Moskou gelopen. Met daadwerkelijk een rondje op het Rode Plein. En vanochtend vond een spectaculaire editie plaats van de marathon van Berlijn, waar ik drie weken geleden nog was en mezelf al onder de Brandenburger Tor zag doorlopen.

Het is dat ik niet aan lijstjes doe…

zaterdag 6 augustus 2016

Blote voeten

Dat het in Nederland nog geen beste zomer is combineert in principe prima met mijn hardloopblessure. Ik ben deze week maar liefst twee keer gaan klimmen. Lekker binnen! Dat schrijf ik natuurlijk met enige ironie, want er gaat niets boven buiten sporten... Best jammer dan ook dat je om te klimmen in Nederland veroordeeld bent tot een muffe en zweterige zaal. Zeker omdat het juist net als hardlopen een echte 'oeractiviteit' is. Ooit een pure noodzaak om te rennen of klauteren ten opzichte van wilde beesten of andere vijanden.

In de basis heb je voor deze sport nog steeds niets anders nodig dan handen, voeten en een goede eeltlaag. Geen scheidsrechter of klok, geen ingewikkelde puntentelling, geen bal, net of fiets.

Olympisch
Overigens zal dit ook wel de reden zijn van de opmerking van de juf van mijn nichtje. Toen zij haar leerlingen onlangs vroeg welke sporten ze allemaal kenden, noemde mijn nichtje trots de hobby van haar papa en haar oom. Maar dat was - tot verontwaardiging van de indiener - volgens de juf toch echt geen sport! Het deed me dan ook extra goed dat het IOC deze week bekend maakte dat klimmen olympisch wordt. Precies in de week dat mijn nichtje haar eerste klimles heeft genomen. Dat kan geen toeval zijn.

Ze heeft nog precies vier jaar om te trainen (al is ze dan nog wat jong, hopelijk blijft die Olympische status nog een tijdje). En om een sponsor te zoeken, want in de praktijk is deze 'oeractiviteit' bepaald niet (meer) goedkoop. De toegang tot de klimhal - zo'n 12 euro per keer -, een gordel, karabiners, zekerapparaat, pofzakje, en natuurlijk schoenen... De hogere frequentie laat zich momenteel al gelden in de staat van mijn schoeisel. Misschien moet ik ook nog eens de levensduur van mijn zekermateriaal checken...


Dankzij mijn voetblessure spaar ik in ieder geval heel wat geld aan loopschoenen uit. Ik zweer zoals vele anderen bij de 'Nimbus'. Dat weet Asics ook, en dus leggen ze er elk iets aangepast model, en dus elk jaar, een tientje bovenop. Inmiddels staat de teller op 180 euro... En natuurlijk koop ik elk jaar nieuwe. Niet alleen goed voor de demping van mijn voeten en de omzet van Asics, ook voor de tweedehands kledinginzameling. De schoenen waar ik mijn eerste wedstrijd opliep, mijn eerste marathonschoenen, de dragers van al mijn PR's: allemaal uitgewaaiderd over de wereld.

Comfort
Aan mijn versleten klimschoentjes hebben ze denk ik niet zo veel meer. Hoe dan ook moet ik duidelijk weer gaan shoppen. En dat is niet per se iets om uit te kijken. Waar het altijd lekker is om gloednieuwe hardloopschoenen aan te trekken, met zo'n heerlijk zacht bedje en optimale demping, is comfort bij klimschoenen totaal irrelevant. Sterker nog, de regel is: zitten ze lekker, dan zitten ze niet goed. Bij hardloopschoenen koop je 1 of 2 maten te groot, bij klimschoenen 1 of 2 te klein. Want dan voelt het net alsof je direct contact met de wand hebt...

Nu ik dit zo opschrijf: waarom dragen we dan eigenlijk schoentjes, en werken we niet gewoon aan ons eelt?! In het hardlopen is 'barefoot running' ook bezig aan een flinke opmars. Misschien moet het klimmen dezelfde kant op... Of zou dat voor oneerlijke concurrentie zorgen? Een hamerteen, zwemvliezen en andere voetafwijkingen kunnen wellicht allemaal voor- of nadelig uitpakken voor een prestatie. Maar goed, volgens de olympische gedachte is meedoen toch belangrijker dan winnen...

zondag 31 juli 2016

Van de noot een deugd

Helaas. Dat ik hier na ongeveer een half jaar stilte plotseling weer iets van me laat horen, wil niet zeggen dat ik eindelijk van mijn voetblessure af ben. Het zegt vooral dat mijn plezier in het bloggen groter is dan mijn afhankelijkheid van het hardlopen.

Aan die blessure, bijbehorende behandeling en hoop op genezing wil ik niet al te veel woorden meer wijden. De tijd die ik overhoud door niet hard te lopen is prima te vullen met andere zaken; ik heb er vertrouwen in dat dit ook gaat gelden voor de pagina's op deze weblog.

Want naast schrijver blijf ik natuurlijk wel een sportman. Fietsen toont zich zeker in de zomer een prima alternatieve duursport, klimmen biedt me net als hardlopen de kick van het verleggen van grenzen, en kent dezelfde sensatie dat elke vezel in mijn lichaam plus mijn geest meedoet met het leveren van een prestatie. Op mijn eigen niveau.

Verder probeer ik me nog steeds iedere week te melden bij de sportschool - ook een goed alternatief voor als ik op reis ben. Oké, misschien zijn de crosstrainer en de 'leg press' niet de meest inspirerende onderwerpen om over te bloggen. Maar dat ziet de schrijver in mij juist als een uitdaging...

Verder is deze periode natuurlijk ook een kans om nieuwe paden te bewandelen, en dat hoeft niet per se op sportschoenen. Zo heb ik onlangs een proefles saxofoon gehad. Om hier alleen al geluid uit te krijgen én noten te leren lezen is ook al een soort sport. Misschien train ik er mijn longinhoud ook nog wel mee, in ieder geval vond ik het erg leuk om te doen en ben ik van plan komend najaar op les te gaan.




Genoeg inspiratie dus om te blijven bloggen, al dreigt deze weblog zo wel een beetje een allegaartje te worden. En daarmee volledig in te gaan tegen één van de belangrijkste basisregels van het bloggen: kies één onderwerp...

Gelukkig biedt de titel van deze weblog in ieder geval de benodigde ruimte - 'Ton klimt in de pen' of 'Tons getetter' zouden nu ook passend zijn Hoe dan ook, om toch nog even terug te komen op die blessure, natuurlijk blijf ik wel keihard hopen op, werken aan en geloven in herstel van mijn voet.

Zodat ik uiteindelijk (ook) weer kan schrijven over atletiekbanen en intervaltrainingen. Over (halve)marathons en PR's. En vast ook weer over nieuwe blessures...

Ik zie wel hoe het loopt.

dinsdag 8 maart 2016

Uitzicht

Inmiddels is het ruim 4 maanden na de NYC marathon. Vier maanden zonder blogpost. Dat betekent niet dat ik in die tijd niet gelopen heb omdat ik in een zwart gat ben gevallen. Of dat er op gebied van hardlopen geen mooie of bijzondere dingen gebeurd zijn.  Of dat ik geen zin of inspiratie had om te schrijven. Nee, na het feest van New York waren er genoeg vermeldenswaardige 'afterparties'.

Ik had bijvoorbeeld best kunnen schrijven over de eerste weken na de marathon. Waarin ik nog zo heb nagenoten. Waarin de euforie tegelijk met de spierpijn langzaam afnam, maar de trots en dankbaarheid dat ik dit heb mogen meemaken onveranderd groot bleven.

Ik had kunnen schrijven over de Bruggenloop, de eerste echte wedstijd (over 15 km) waar ik weer aan deelnam en waar ik 6 weken na de marathon over de bruggen vlóóg. Duidelijk het welbekende after-marathon effect. Het klinkt misschien een beetje blasé, maar wat waren die bruggen klein, wat stond er weinig publiek, en was was die 15 km kort...

Ik had kunnen schrijven over de stapavond de vrijdag die er op volgde. Om aan het eind van de avond de nachttrein te halen trok ik een kort sprintje door de binnenstad van Den Haag. Rennen op nette schoenen, een paar biertjes op en één klein momentje van onachtzaamheid: hup, daar ging ik weer door mijn enkel. Dit keer de rechter. Over afterparty gesproken...

Helaas kon ik daardoor niet schrijven over de halve marathon van Egmond...

Ik had wel weer kunnen bloggen over de 10 km van Schoorl. Na mijn slechtste klassering ooit van vorig jaar, besloot ik me dit jaar maar netjes tussen de amateurs te voegen. Helaas was ik aan de late kant en belandde ik daardoor helemaal achterin het startvak. Het gevolg was dat het een lange slalom over smalle duinpaden werd. Vervelend? Mwoah. Ik werd vooral blij van de sfeer en de mooie omgeving. En kreeg er veel zin van in de City Pier City die ik 7 weken later zou lopen.

Dáár zou ik heel graag nú over geschreven hebben. Een paar maanden geleden zag ik deze wedstrijd namelijk nog als een mooi doel om na New York weer naar toe te werken. Nu liet ik vanwege mijn nog steeds wankele enkel voor de tweede keer in twee maanden een startnummer ongebruikt in de envelop. Zelfs mijn wonder-osteopaat kon me voor deze halve marathon niet op tijd klaar stomen...

Kortom, er waren genoeg lopende zaken de afgelopen tijd. Maar het voelt een beetje alsof ik nog steeds op de terugweg ben na de beklimming van een bergtop. Kenmerk van de afdaling is niet alleen dat er de meeste ongelukken gebeuren, maar ook dat je - in vergelijking met de beklimming die achter je ligt - vaak weinig meer registreert. Misschien verklaart dat wel mijn tijdelijke blog-pauze. Een periode waarin ik vooral nog regelmatig over mijn schouder wilde kijken, waar dat hoogtepunt steeds verder weg, maar nooit helemaal uit het zicht raakt.



Grappig genoeg vertrek ik vandaag wel weer ríchting de VS. Nu voor een 'normale' vakantie, waarin de uitdaging qua hardlopen wordt om mijn enkel maar eens echt helemaal te laten herstellen. Ik neem mijn loopschoenen natuurlijk wel mee, maar wil mezelf beperken tot af en toe een rondje rond de camping. Waar ik 4 maanden geleden nog 42 km op 1 dag liep, moet ik die nu misschien maar verdelen over 19 dagen.

Na de rust, wordt het dan langzaam weer tijd om nieuwe plannen te maken. Want de Mount Everest onder de hardloopwedstrijden mag ik dan al gelopen hebben, in de verte liggen nog vele mooie, uitdagende en sfeervolle 'toppen' in het verschiet.




zondag 8 november 2015

'It's not a race, it's a party'


Noot aan de lezer: hieronder volgt een lang verhaal; veruit het langste op deze blog tot nu toe. Er zullen best taaie stukken tussen zitten, maar het einde maakt het (hopelijk) allemaal goed. Tussendoor eten en drinken mag, maar ik zou wel in 1 keer door blijven lezen, anders is het misschien moeilijk later weer op gang te komen. Succes, en geef niet op!
---

Op zondag 1 november word ik al om kwart voor vijf 's ochtends wakker. Niet van de zenuwen - ik heb zelfs opvallend goed geslapen - maar omdat we op tijd moeten vertrekken om onze metro te halen. En daarna een tweede metro. En daarna de veerpont. En daarna de bus. En dan hebben we nog geluk; omdat afgelopen nacht de wintertijd is ingegaan, hebben we in ieder geval nog van een uur extra slaap kunnen genieten. Vanaf nu zal de wijzer van de klok 5 uur lang alleen nog maar vooruit lopen, richting de start van de NYC marathon 2015.

De afgelopen 2 dagen in New York - en daarvoor al een half jaar lang in een whatsapp-groep - is al gebleken hoe leuk het is met een groep naar dit evenement toe te leven. We hebben uitgebreid de route doorgenomen, tempo's, strategieën en tips uitgewisseld en gezamenlijk heel veel gedronken (water!) en gegeten (vooral pasta - met brood vooraf - en de hele dag door mueslibars; de nachtmerrie van iedere moderne voedingsgoeroe). De benen hebben we geprobeerd zo veel mogelijk te sparen, de reisgids is nog nauwelijks opengeslagen. Dat New York een supergave stad is zal de komende dagen nog blijken, nu draait alles nog om de marathon.



Oud brood
In de metro mengen vroege marathonlopers zich met Halloween-feestvierders van de vorige avond. Netjes op tijd komen we bij de veerboot aan die ons naar Staten Island zal brengen. Ik herken de beelden van de sfeerfilmpjes die ik de afgelopen dagen heb bekeken op Youtube. De organisatie blijkt super. Op de boot genieten we van het uitzicht op het vrijheidsbeeld en nuttigen we rustig ons ontbijt. Twee dagen geleden heb ik al brood gekocht, toen ik daar toevallig tegenaan liep op een lokale markt en bang was verder geen normale 'Hollandse' boterhammen meer tegen te komen. Ze smaken niet meer al te vers, maar op marathondag moet je nu eenmaal niet meer experimenteren. Voor een wedstrijd ontbijt ik altijd met sneetjes brood. Dus ook in New York.

Op Staten Island aangekomen blijkt duidelijk dat we in Amerika zijn. Uit het cordon vrijwilligers die ons op z'n Amerikaans - overdreven, maar niet minder gemeend - succes wensen, maar ook uit de ruim aanwezige 'NYPD'. Helikopters cirkelen in de lucht en van alle deelnemers wordt de tas besnuffeld door politiehonden. Het is triest dat het nodig is, maar ik voel me in ieder geval veilig. Sowieso kan ik me nu echt niet druk maken over het risico op een terroristische aanslag, de wedstrijdspanning eist al mijn aandacht op. Zeker wanneer we dichtbij de Verrazano-Narrows Bridge komen. Op deze brug kijken we al 2 dagen uit vanuit ons hotel; van dichtbij is hij helemaal 'huge'. Ter vergelijk: de officiële lengte is 4.176 meter, de Erasmusbrug meet 802 meter...



Van tevoren ben ik via blogs en ervaringsdeskundigen uitgebreid gewaarschuwd voor de mogelijke kou voor de start, maar vandaag hebben we geluk. Zelfs vroeg in de ochtend is het niet koud, het is prima weer voor een marathon (graad of 16, meest bewolkt en niet al te veel wind) en een paar dagen later zullen we zelfs nog in een t-shirtje buiten op het terras zitten. Desalniettemin heb ik me vanochtend goed ingepakt met oude kleding, inclusief handschoenen. Alles om geen energie te verliezen; die zal ik straks hard nodig hebben.

1.700 toiletten
Op het startterrein zie ik om me heen hoe iedereen zich op zijn of haar eigen manier voorbereidt. De één ligt opgerold in een dikke slaapzak, de ander doet nog wat rekoefeningen, een derde zit in een soort meditatiehouding. Iedereen brengt nog wel één of meerdere keren een bezoek aan de enorme hoeveelheid opgestelde toiletten. Alleen al in het startgebied staan er volgens de organisatie 1.700 (!).

Tijdens het wachten gaan mijn gedachten terug naar de dag ervoor, toen we alvast Central Park in waren gegaan om het laatste stuk van het parcours te verkennen. Op het 25 mijl punt vroegen we een Amerikaans stel een foto te maken met onze net opgehaalde startnummers.


We raakten met de man in gesprek en hij bleek een ervaren marathonloper. Of wij ook al eerder marathons hadden gelopen, vroeg hij. Trots meldden we dat een aantal van ons al eens Rotterdam en/of Amsterdam hadden gedaan. Vriendelijk lachend maakte hij ons duidelijk dat ons hier toch echt wat anders te wachten zou staan. En dat zagen we nu zelf ook. Dat de verschillende bruggen voor flinke hoogteverschillen zouden zorgen wisten we al, dat ook de rest van het parcours - waaronder Central Park - allesbehalve vlak zou zijn was toch wel even slikken. Maar hoe dan ook moesten we er volgens de Amerikaan vooral van gaan genieten. Die boodschap was inmiddels wel een beetje tot cliché verworden, maar toch bleven zijn laatste woorden nog lang hangen: 'It's not a race, it's a party.'

Bruce
Dat feest staat inmiddels op het punt van beginnen. Ongeveer een kwartier voor de stad komt de meute langzaam in beweging. Ik gooi mijn oude kleren en handschoenen in de daarvoor bestemde bakken - deze zullen later worden uitgedeeld aan de daklozen - en we wandelen naar een door bussen omzoomd vak. Het voelt hier nog niet alsof je met 50.000 man aan de start staat, maar we zijn dan ook slechts Wave 1, Startzone Blauw, vak E. Na een paar opwarmnummers - waaronder uiteraard Born to Run van 'mijn' Bruce Springsteen - wordt het volkslied aangekondigd, gezongen door Susanna Phillips voordat zij ook zelf meedoet aan de wedstrijd. Aan het feestje bedoel ik... Voor het eerst  - en niet voor het laatst - die dag staat het kippenvel op mijn armen. En nogmaals, koud is het niet.



Na een aantal korte speeches volgt eindelijk de harde knal waar ik al 6 maanden naar uitkijk, gevolgd door 'New York, New York' van Frank Sinatra. Ik had persoonlijk wel wat andere suggesties gehad voor een opzwepend openingsnummer bij de start van een marathon, maar nu het eenmaal klinkt blijkt het plaatje helemaal te kloppen. 'I want to be a part of it, New York, New York...' I am a part of it. Ik ga nu de marathon van New York  lopen. Wow, wat een ongelooflijk gevoel. Ongeveer 4 minuten na de Kenianen vooraan loop ik over de startstreep. We zijn begonnen.

Ondanks de enorme hoeveelheid mensen heb ik opvallend snel de ruimte om mijn eigen tempo te bepalen. Op zich fijn, maar ook gevaarlijk. Na 3 maanden hard trainen, 3 weken taperen en 5 dagen helemaal niet hardlopen zijn mijn benen enigszins onrustig... Er zit echter niets anders op dus heel langzaam te beginnen, want de eerste mijl is het meteen klimmen geblazen. Genietend van het uitzicht op de skyline slof ik de Verrazano Bridge op, waar ik op 9:30 bij het het eerste mijlpunt aankom. Ongeveer 10 kilometer per uur; zelfs nog een km/u langzamer dan mijn langzame duurlopen. Als je een feestje tot het eind wilt volhouden moet je nu eenmaal rustig beginnen...

Dress code
Na ongeveer 2 mijl lopen we de brug af en worden we verwelkomd door de eerste supporters. Voor het eerst hoor ik mijn naam. Ik moest er even overheen stappen om deze op mijn shirt te plakken - en uiteindelijk vielen de letters nogal groot uit - maar ik ben toch blij de dress code voor dit feest te hebben gevolgd. 'Come on, Tahn'. 'You can do it Tahn', Looking good Taaaaahn'. Maar er staan ook Nederlanders langs de kant - in totaal doen er dan ook 1200 lopers uit ons land mee. Mijn blik kruist die van een in het oranje uitgedoste vrouw; in combinatie met mijn naam zal ze begrijpen dat ik een landgenoot ben. Ze begint me luid aan te moedigen waarna de pak'em beet 20 Hollanders om haar heen massaal meedoen. Het gevoel als sporter mijn land te vertegenwoordigen was nooit dichterbij dan hier en nu...



Ook de lopers om me heen en de teksten op hun shirts inspireren. Er zijn lopers die voor goede doelen lopen en lopers die een overleden vriend of familielid eren - ik voel me zelfs een beetje egoïstisch dat ik 'gewoon voor mezelf' loop. (En dus een beetje voor mijn land...) Op een gegeven moment loop ik achter een vader en dochter - dat denk ik tenminste uit de teksten op hun shirts af te lezen. 'After 15 years, I'm back', staat er op zijn shirt. 'For 15 years this has been my dream', op die van haar. Weer kippenvel. Dit is inderdaad geen race.

High fives
Rond mijl 8 loop ik langs onze eigen supporters; van 6 jaar geleden tijdens mijn eerste marathon in Rotterdam weet ik nog hoeveel energie het geeft om bekende gezichten te zien. Ik sla rechtsaf Lafayette Avenue in; nu komt het feest pas echt op gang. De straat is hier relatief smal waardoor het geluid en de beelden nog meer binnenkomen. De mijlen die dan volgen zijn de meest sfeervolle die ik ooit in een wedstrijd heb meegemaakt. Ze vliegen voorbij alsof het kilometers zijn.  Ik kijk mijn ogen uit en geef denk wel wel honderd high fives. Gewoon uit het gevoel iets terug te willen doen voor al die supporters. Ik zie een 'Donald Trump Punching Bag' en bordjes met magische eigenschappen: 'Touch here for super power'. Andere bordjes bevatten spottende verwijzingen naar bloedende tepels en blauwe teennagels. 'Pain is temporally, internet results are forever', lees ik ook. Maar juist dat interesseert me niet; dit is het moment.


Ik schrik als ik me bijna verstap. De wegen in Brooklyn zijn niet in de allerbeste staat; het zal toch niet gebeuren dat ik weer door mijn enkel ga...

Op het halve marathon punt - midden op de Wallis Avenue Bridge, voor New Yorkse begrippen een minibruggetje - kom ik door op 1.49. Later hoor ik dat mijn familie thuis me op de voet aan het volgen is. Via een app van de organisatie kun je niet alleen de tussentijden zien, maar beweegt mijn icoontje ook live over de kaart.



Omdat ik tot dan toe heel rustig en ontspannen gelopen heb schiet het even door mijn hoofd dat ik vandaag wel eens een 'negative split' zou kunnen lopen. Dat idee verdwijnt echter weer snel naar de achtergrond als ik de Queensboro brug oploop; dit is geen vals plat meer maar puur klimmen. Supporters staan hier niet, plotseling is het enige wat ik nog hoor voetstappen en ademhaling. Een hele aparte sfeer. De eerste lopers beginnen hier al te wandelen en soms te rekken.

Zelf loop ik nog steeds heel ontspannen, maar bij de afdaling voel ik wel voor het eerst mijn bovenbenen. Dalen is nu eenmaal belastender dan stijgen - dat zal ik de dagen erna nog zeer nadrukkelijk gaan ervaren op de trappen van de metrostations. Hoewel ik weet dat de euforie zich vanaf nu langzaam zal gaan vermengen met pijn, bruis ik nog steeds van de energie. En dat wordt niet minder als ik vanaf het laatste stukje van de brug de mensenmassa op 1st Avenue al zie staan. Hier staat het denk ik wel 10 rijen dik. Het is de eerste keer dat we Manhatten in lopen.



De dagen erna zal ik hier nog bakken met geld gaan uitgeven, maar vandaag is het een combinatie van 'bring your own' (3 gelletjes in mijn achterzak) en 'all you can eat' (fruit en nog meer gelletjes van de organisatie). Het is immers een feestje, en daarbij hoort goed eten en drinken. Het drankassortiment is wat beperkt, maar de combinatie van sportdrank en water wordt door mijn maag in ieder geval prima verteerd. En wat is een feestje zonder goede muziek? De optredende bands langs de kant zijn al net zo divers als de buurten en de mensen. En daarmee typisch New York. Ik snap best dat die mensen trots zijn op hun stad...

Ghettoblaster
Tussen mijl 20 en 21 pakken we een stukje van de Bronx mee. Het idee van de NYC marathon is dat je door alle 5 de 'boroughs' loopt. Het mooie daarvan is dat elke buurt weer z'n eigen karakter heeft; eerder waren we al door de Joodse wijk gelopen, waar het werkelijk uitgestorven was. De enkele bewoner die wel langs het parcours loopt - zwarte hoed, keppeltje, lange krullen aan de zijkant van het hoofd - gunt ons geen blik waardig. Het is immers zondag. In de Bronx hebben ze daar geen boodschap aan. Daar klinkt hiphopmuziek uit de ghettoblaster en blijken ze heel goed te zijn in zelfspot: 'Run, or I will steal your shoes'.

Een mooi bruggetje - ook letterlijk, de Madison Avenue bridge is de laatste van het parcours - naar 5th Avenue, de shopping street van New York, waar werkelijk alle vooraanstaande modeketens met een filiaal te vinden zijn en weer nieuwe schoenen te koop zijn. Hier voelt het valse plat omhoog wel héél vals. In het dagelijks leven lijkt me dit ook al zwaar: voor mannen om achter hun shoppende vrouwen aan te sjokken, voor vrouwen om overeind te blijven op hun naaldhakken, balancerend met hun Victoria Secret tasjes. Vandaag zwoegen er door deze straat 50.000 mannen en vrouwen op loopschoenen. Dit is voor mij en vele anderen het punt dat het echt zwaar wordt.

Mensen, mensen, mensen
Iets voor mijl 24 lopen we Central Park in. Een vergelijking met het Kralingse Bos ligt voor de hand, maar gaat volledig mank. Ook hier staat overal publiek, en nu heb ik die extra energie ook echt nodig. Ik herken de banieren van onze verkennende wandeling, en de plek waar we het Amerikaanse stel tegenkwamen. Een paar dagen later zullen we een deel van de route nog eens wandelend en op de fiets afleggen, maar we hebben dan moeite alles nog te herkennen. Tijdens de marathon zie ik vooral mensen, heel veel mensen.


Rond de 40 kilometer schiet er plotseling nog een pijnscheut door mijn rug. Gelukkig valt het mee en kan hij op de grote hoop met andere pijntjes die ik nu voel. De energie stroomt langzaam uit mijn lichaam, maar ik weet zeker dat ik het ga halen. Al 6,5 jaar zit het me niet lekker dat ik nooit heb kunnen (na)genieten van de finish op de Coolsingel; die herinner ik me alleen nog als één pijnlijke waas. Nu doet het ook pijn, maar ben ik me wel overal 100% van bewust. Ik zie de finish op me afkomen, ik hoor het geluid van de tribunes aan de zijkanten, ik voel het kippenvel op mijn armen als ik ze in de lucht steek. Na 3 uur, 41 minuten en 46 seconden is het feest voor mij afgelopen.


---


Een feestje vier je nooit alleen. Mijn dank gaat uit naar mede-lopers en -finishers en super-reisgezelschap Karen, Lotte, Hilde, Anne (oneindig veel dank voor het initiatief), Gerton en Rob (dank voor de filmpjes), supporters Remco, Bas en Martijn, de vele mensen die me succesberichtjes en felicitaties hebben gestuurd en de 2 miljoen New Yorkers langs de kant. Het was onvergetelijk.