zondag 2 juli 2017

Efficiënt




We renden vandaag onder meer over de smalle trap aan de zijkant van een bioscoopzaal; dat pad waar je altijd weer met enige moeite in het donker en met je handen vol – de ene hand een drankje, de ander een bak popcorn, jas over de arm - je eigen rijnummer probeert te vinden, toch wat opgejaagd door de in dezelfde situatie verkerende mensen achter je. Ook nu was er een flinke opstopping, maar had iedereen daarbij dezelfde ontspanning en een gemeenschappelijk doel: om na een U-bocht, langs de lege stoelen, onder het scherm langs, direct weer de uitgang te bereiken. Een soort continue stoelendans, met een spannende trailer op het scherm in plaats van muziek. Die bleef doorspelen, en dus liepen we zonder in een stoel gezeten te hebben al snel weer buiten. En dat was prima, want die penetrante popcornlucht was op een vroege zondagochtend toch nog iets te veel van het goede.

Hetzelfde gold even later voor de lucht van verschaalde bier in de bruine kroeg die we binnenliepen, en de etenslucht in de aangrenzende restaurantkeuken waar we vervolgens doorheen werden gestuurd. En dan reikten ze bij de achteruitgang ook nog een ijskoud biertje uit – ok, een alcoholvrije radler, maar zo vlak na de start had ik daar nog weinig behoefte aan. Ik was niet de enige, want nog een heel tijdje liepen we door een haag van op stoepranden en vuilisbakken neergezette Bavaria-blikjes, waarvan een groot deel ongeopend. Ik weet niet of de sponsor het zo bedoeld had, maar qua attentie/advertentiewaarde was het behoorlijk effectief.


Op een drafje ging het door de ’s-Gravenhaagsche Stadsrijschool – ook hier hing weer een typisch luchtje. Zonder paard tussen de benen moesten we zelf de hindernissen nemen – gelukkig hadden ze de hoogte van de balken erop aangepast. Die pasten zo mooi bij de rest van de licht behinderniste stadsroute; vol drempels, trappetjes, (te lage) poortjes en scherpe bochtjes. De winkelstraten en -promenades waren wat dat betreft het makkelijks te begaan, en de uitgelezen gelegenheid voor – ter afwisseling - af en toe een klein sprintje. Juist op de plekken waar het normaal alleen slenteren is, en je hardlopend al snel voor een kleine crimineel zou worden aangezien. Maar goed dat de winkels nog niet open waren…

Waar ik zeker géén neiging kreeg om te sprinten waren de prachtige, voor de gelegenheid opengestelde Haagse hofjes, zoals het Heilige Geest Hofje – hier zou je vooral even op een bankje willen gaan zitten, mijmerend over hoe gaaf het zou zijn hier te wonen... Hooguit zou je er hard willen wegrennen voor de ongetwijfeld torenhoge huizenprijzen.




We liepen ook nog 'hard' door diverse musea - of eigenlijk alleen door hun gangen en langs garderobes en toiletten. Misschien maar goed ook, want om dwars door een expositieruimte hard weg te rennen van kunstwerken waar mensen ooit hun ziel en zaligheid in hebben gelegd; dat zou wel erg (kunst)barbaars zijn. Later liepen we overigens wel nog langs een aantal schilderijen in de opslag van veilinghuis ‘het Venduehuis’, maar daarvan hadden andere mensen toch ook al afstand gedaan, dan mochten wij dat ook wel, in rap tempo.




In poppodium het Paard had ik eigenlijk wel een beetje gehoopt op een verrassingsoptreden, maar vandaag waren we zélf de act. Mijn theatersport- en saxofooncarrière zijn pas net begonnen, dus om hier na vele bezochte concerten een keer op het podium te staan: dat was best een sensatie. Zo pakte ik later ook maar even mijn momentje in de schijnwerpers van perscentrum Nieuwspoort.




En dan was er ten slotte nog het Binnenhof; een plein waar, door ambitieuze parlementaire verslaggevers en net zo ambitieuze maar nerveuze politici, normaal gesproken vooral snelgewandeld wordt. Nu werd er hard(er) gelopen, maar was er, zelfs in de laatste honderd meter, van enige ambitie of nervositeit geen sprake. Zelfs niet tegen de klok, want een officiële afstand of tijdwaarneming was er niet.




En dan heb ik nog niets eens alle plekken genoemd waar de Urban Trail Den Haag mij, mijn broer, mijn tante (aan wie dank voor de foto's!), haar loopvriendin en nog zo’n 4000 lopers vanochtend doorheen loodsten. Tijd doorbrengen met familie, verschillende soorten cultuur opsnuiven en de nodige dosis sportieve inspanning, en dat alles in zo’n 5 kwartier. Veel efficiënter kun je een stedentrip niet plannen…

zaterdag 24 juni 2017

Buiten

Het was warm deze week. Soms heel warm. En dus alle reden om veel buiten te zijn!

Maandagavond heb ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens buiten geklommen. Niet in de rotsen, maar op de buitenwand van klimhal Ayer’s Rock in Zoetermeer. Mijn klimmaatje en ik waren vooraf nog bang dat het wel eens té warm zou kunnen zijn voor een buitensessie: het was één van die tropische dagen deze week en de wand lag vol in de zon. Uiteindelijk was het prima te doen, maar zweten was het wel. Met name dan door de regelmatig loszittende grepen en door de flexibiliteit en bewegingsruimte van de kunststof gevelplaten waar diezelfde grepen aan bevestigd zaten. Bovenaan de wand, met uitzicht over het Zoetermeerse Buytenpark - net iets minder spectaculair dan dat van de Australische outback - kwam de vraag in me op in hoeverre ze eigenlijk onderhoud plegen aan zo’n buitenwand. En of ze de touwen en ander los materiaal dat kan verweren ’s nachts eigenlijk naar binnen halen… Toch was het erg lekker om een buitensport ook weer eens daadwerkelijk buiten te beoefenen!




Dinsdagavond stond er een wielrenritje met mijn broers op het programma. Technisch gezien was er nog geen sprake van, maar het voelde als een heerlijke zomeravondrit.

Woensdag, op de langste dag van het jaar, nam ik deel aan een zomerspecial theatersport. En ook die vond gezien de bijzonder fijne omstandigheden buiten plaats: in plaats van het gehuurde buurthuis in het centrum van Den Haag stelden we ons op in de aanpalende binnen(speel)tuin. Sowieso blijft zo’n improvisatieavond een ervaring buiten mijn comfort zone; in de buitenlucht sta je zelfs nóg meer in de kijker. Dat dit niet alleen een gevoel is was de maandag ervoor gebleken: toen had een andere groep op dezelfde locatie klachten ontvangen van de omwonenden. Niet zo zeer over de inhoud of kwaliteit van het spel, wel over het geluid… Aan ons dus de taak om wat meer ingetogen te spelen. En dat terwijl de emoties in de scene soms aardig hoog opliepen. Zo gaf de buitenlucht nog een extra dimensie aan de toch al zo veelzijdige en fascinerende theatersport.




Donderdag las ik buiten een boek. (Dat vonden mijn benen ook wel even lekker. Alle verplaatsingen naar de op deze pagina beschreven activiteiten ondernam ik per fiets, evenals als het dagelijkse woon-werkverkeer. Mijn auto is met het mooie weer al ruim 2 weken buiten dienst.)

Vrijdag was de grootste hitte inmiddels verdreven. Gelukkig maar, want als slotstuk van de week stond nog de Oranjeloop in Kwintsheul op het programma. Dat die ook in de buitenlucht plaatsvond spreekt voor zich. Dat de start buiten kantooruren was maakte hem toch bijzonder; een avondwedstrijd had ik nog niet vaak gelopen. Op zich maakte het verder weinig verschil, al droeg het vrijdagavondgevoel er misschien wel aan bij dat ik relatief langzaam van start ging. De route van 10 kilometer bestond uit 4 rondjes - kort, lang, lang, kort - en evenzoveel doorkomsten bij start/finish. Zo passeerden we regelmatig de tent van het dorpsfeest en konden we tussendoor genieten van het Westlandse buitengebied - weer heel anders dan de Australische outback of het Zoetermeerse Buytenpark. Er stond een flinke wind, maar juist door de opzet van het parcours werd die prettig verdeeld in korte stukjes voor en tegen.




De rustige start wierp zijn vruchten af. Ik finishte dik tevreden in 41.22. Slechts 10 seconden langzamer dan de Golden Ten van vorige maand en nu zonder aan het einde in te storten, en met genoeg energie over voor het laatste fietsritje van de week op weg naar huis.

Op dit moment is het buiten fris en druilerig en zit ik binnen dit stukje te tikken. Over een week die geen baanbrekende beklimmingen, snelle tijden, hilarische scènes of andere buitensporige prestaties kende, maar wel buitengewoon fijn was.

vrijdag 26 mei 2017

Achter de cijfers

Op de website van de Golden Ten kun je tot en met 2005 de uitslagen terugzoeken. Best leuk om even in te grasduinen. Mijn eerste Golden Ten (2004?) staat er net niet meer op: die liep ik in 43.35, weet ik nog. Tien jaar geleden deed ik er 42:22 over, zie ik nu. Een jaar later was mijn tijd 40:16 en in 2009 (met ‘marathonbonus’: het verschijnsel dat je ná een marathon nog een paar weken volop kunt profiteren van de gelegde basis) 39:07. Voor 2010 staat 38:40 in de boeken, maar was het parcours toen echt 10 km lang...? De jaren erna gooiden blessures een aantal keren roet in het eten en liep ik nog een paar keer tijden van zo rond de 41 a 42 minuten.

Wat op diezelfde website niet meer terug te lezen is zijn de verhalen achter de tijden. Het is één van de redenen om deze blog bij te houden: om de blijdschap, teleurstellingen, euforie, pijn en andersoortige emoties en anekdotes niet verloren te laten gaan. Dit jaar zou ik dan eindelijk weer een nieuw hoofdstuk kunnen bijschrijven, want stond ik ‘gewoon’ weer aan de start van de Delftse Hemelvaart-klassieker. Mijn tijd was 41.12 (om die meteen maar weg te geven), maar wat was het verhaal? Wat was typisch voor en daarmee gedenkwaardig aan de Golden Ten van 2017?

Tja...

Natuurlijk, het was een soort van rentree na een lange, slepende blessureperiode. (Durf ik dit echt? In de verleden tijd over mijn voetblessure schrijven?! Woohoo!)  Maar ook weer niet een echte rentree, want inmiddels had ik met de Paasloop en OckRun al twee geslaagde tests doorstaan en in dat opzicht ook nu weer alle vertrouwen in een goede afloop.

De omstandigheden dan. Het was warm. Maar ook weer niet extreem warm, vond ik zelf. De eerste paar kilometer liepen we grote stukken in de schaduw.  Oké, rond kilometer 8 vals plat omhoog in de brandende zon, dat was pittig. (Zie foto, die net daarna is genomen…) Het was het begin van een lijdensweg die min of meer aanhield tot aan de finish. Maar afzien in de laatste paar kilometers, dat is bij een Golden Ten niks bijzonders.


Net als het van huis kunnen lopen naar de start, de warming-up langs de Delftse grachten, het clichématige maar daarmee niet minder mooie 'Final Countdown' bij de start, het schuin oversteken van de met publiek bezaaide Markt, het afwisselende parcours van 'stad en land', die ene collega die altijd op exact dezelfde plek langs de route staat, de scherpe bocht vlak voor de finish, de fijne sfeer na afloop. Allemaal even mooi, maar soms leek het wel alsof ik door een oude blogpost rende. Wat dat betreft was die 41.12 wel een passende tijd voor deze editie. Geen toptijd, zeker geen teleurstellende tijd, een tijd precies tussen mijn eerste (langzaamste) en snelste Golden Ten.

Misschien heb ik inmiddels wel zo veel edities van deze klassieker gelopen - mijn kast puilt inmiddels uit van de herinneringsshirts, in alle kleuren van de regenboog - dat het steeds moeilijker wordt om er echt nieuwe ervaringen op te doen. Natuurlijk is juist dit ook de kracht van de Golden Ten: het feest der herkenning. En gezien die ellendige blessures van de afgelopen 1,5 jaar ben ik heel blij dat ik dit jaarlijkse feest überhaupt weer kon vieren. Als een verjaardag met opnieuw dezelfde vrienden en familie, die ook zonder verrassingen toch gewoon weer heel gezellig en geslaagd is…

De volgende  loop wordt wat dat betreft 'een heel ander verhaal'. Samen met mijn broer heb ik me ingeschreven voor de Urban Trail in Den Haag. Deze loop wordt pas voor de tweede keer georganiseerd, gaat over een uniek parcours (o.a. dwars door het Paard en het Haags Historisch Museum) en kent geen tijdregistratie. Kortom, geen cijfers, herkenning of herinneringen die een unieke ervaring in de weg kunnen zitten. Ik heb er zin in!

Net als, gewoon weer, in de Golden Ten van 2018...

zaterdag 6 mei 2017

Hallicunaties?

Vorige week zaterdag vond in Ockenburgh de tweede editie van de Ock Run plaats: vier rondjes van 2,5 kilometer rondom Villa Ockenburgh. In zo’n omgeving past natuurlijk geen gettoblaster, DJ of dweilband, daarom zal de sfeercommissie hebben gekozen voor – je verzint het niet - een violist en een pianist aan de rand van het parcours. Toen ik er voor het eerst langs liep dacht ik even dat ik van de inspanning aan het hallucineren was. Die gedachte werd nog eens versterkt toen ik bij de verschillende doorkomsten op mijn horloge keek: ik stevende op een eindtijd van 40 minuten af, dat had ik jaren niet meer gepresteerd... Helaas beroofden de GPS-horloges van mede-lopers me na afloop snel van de illusie van voor mijn doen een toptijd. De ‘exacte’ metingen liepen uiteen van 9,3 tot 9,8 kilometer – hoezo GPS nauwkeurig? – dus hoe ‘goed’ ik die dag was zal voor altijd een mysterie blijven.

Een week later – nu de uitslagen en foto’s online staan – weet ik wél zeker dat ik ergens precies 40 minuten en 25 seconden over gedaan heb en dat ik daarmee als achtste over de finish ben gekomen. En dat die piano en violist er echt stonden…








dinsdag 18 april 2017

Debuut, tradities en een rentree

Vorige week zaterdag was het dan zo ver. Na 12 weken trainen - geheel toevallig precies de duur van een klassieke marathonvoorbereiding – vond in Theater in de Steeg in Den Haag mijn  podiumdebuut plaats. In theatersport is het weliswaar makkelijker het podium te halen dan met hardlopen, maar de uitdaging begint wel pas als je er staat…

Vooraf was ik nog niet eens zo zenuwachtig; improviseren kun je immers toch niet voorbereiden. Maar toen we eenmaal in de coulissen stonden - compleet met van die spiegels met lampjes er omheen, net echt - nam de spanning toch wel toe.

Tijdens een hardloopwedstrijd wil ik nog wel eens geconcentreerd het publiek inturen, speurend naar bekende gezichten. Toen ik vorige week het podium opliep had ik alles behalve de behoefte om dat zwarte gat in te kijken. Maar terwijl een marathon pas in de laatste kilometers echt afzien wordt, werd het optreden juist steeds leuker. Sterker nog, de tijd vloog voorbij en na 2 uur vond ik het jammer dat het er al opzat!



Ik ga hier verder geen verslag doen van het optreden, maar in alle bescheidenheid durf ik het een groot succes te noemen. We hadden als spelers immers zelf een hoop lol gehad en daarmee voldaan aan de eerder geformuleerde belangrijkste doelstelling van theatersport. Na afloop nam ik, enigszins impulsief, en daarmee in stijl van de avond, meteen maar de beslissing: ik ga hier mee door! Grappig, een gemiddelde marathonloper neemt na de wedstrijd een net zo impulsieve maar tegengestelde beslissing: dit nooit meer…

Toevallig vond de dag erna de Rotterdam Marathon plaats. Na een korte nacht – ook in de theatersport kennen ze een derde helft, alleen speelt die zich niet af aan de bar, maar (terug) op het podium – was het weer mijn beurt om publiek te zijn. Hier langs de kant staan is een jaarlijkse traditie. Net zo zeer een traditie: dat het als toeschouwer meteen gaat kriebelen om me zelf ook weer eens aan de 42 kilometer en 195 meter te wagen. Alleen was het door mijn voetblessure wel al meer dan 14 maanden (!) geleden dat ik een wedstrijd had gelopen…

Maar inmiddels is de ban gebroken! Dit weekend stond ik aan de start van de Duijvestijn Tomaten Loop. Een Paasloop met nauwelijks publiek: geen beter podium voor een low profile wederopstanding. Al had ik net als 10 dagen eerder alsnog wel wat last van zenuwen. Niet zo zeer hoe ik zou presteren, meer hoe het met mijn blessure zou gaan. Uiteindelijk was het in beide opzichten een geslaagde rentree: mijn voet hield zich goed en met 32.47 over 5 mijl was ik dik tevreden. (Over tradities gesproken: mijn laatste drie deelnames aan de Paasloop liep ik allemaal in een gemiddelde van 4.05 per kilometer.)


Binnen 10 dagen een geslaagd debuut en een succesvolle rentree, diverse tradities in ere gehouden en twee carrières in de lift. De zaken gaan goed!

zondag 26 maart 2017

Een witte en tegelijkertijd o zo kleurrijke wereld

Ik was niet helemaal meer groen achter de oren; ik had al eens een blauwe maandag geskied. Maar toen ik op de eerste ochtend van mijn wintersportvakantie meteen met grote haast een rode piste af moest – na eerst op de verkeerde plek te hebben gestaan en om daarna alsnog op tijd te komen voor de groepsles die ik van tevoren zwart op wit vast had laten leggen  -  begon ik toch een beetje bleek te zien. Uiteindelijk meldde ik me met schaamrood op de kaken alsnog te laat voor de les. Gelukkig geloofde de skischool mijn goede bedoelingen op mijn blauwe ogen; ik kreeg als alternatief een halve privéles aangeboden en wist met een paar gerichte tips de ervaring uit een grijs verleden weer te verzilveren. Na een fantastische eerste dag skiën – helaas wel onder grijze luchten - was het uiteraard tijd voor de après ski, waar het zwart zag van de mensen. Figuurlijk dan. Een paar uur later liep ik samen met mijn vrienden terug naar het appartement, rood aangelopen van de warmte en enigszins blauw van het bier. Niet dat ik dronken was, maar als je de precieze invloed van alcohol probeert te omschrijven kom je al snel in een grijs gebied.

Op dag twee zagen we voor het eerst stukjes blauwe lucht. Eindelijk kans om een beetje bruin te worden. Voor de kwaliteit van de pistes was het betere weer minder goed nieuws. Ik wil niemand de zwarte piet toespelen, maar al die wintersporters over losgesmolten sneeuw was niet bevorderlijk voor de structuur. De pot verwijt de ketel dat die zwart ziet, want zelf deed ik natuurlijk ook volop mee aan het omploegen van die ’s ochtends nog zo mooie sneeuwmat. Hoe dan ook hadden die witte hobbels een positief effect op mijn leercurve noch mijn tempo. Lichtgroen van jaloezie zag ik mijn vrienden snel uit het zicht verdwenen. En verdween ik uit dat van hun. Gelukkig waren ze zeer sociaal en stak mijn fel oranje jas goed af tegen de witte sneeuw en groene bossen erom heen.  Zo zouden ze me als rodelantaarndrager in ieder geval niet vergeten.



Een dag later gaven diezelfde vrienden me al groen licht  - m.a.w. ik bezweek onder de groepsdruk - voor een afdeling van de zwarte piste. Daar bleef ik nog overeind, maar een paar uur later was ik alsnog bont en blauw. Ondanks mijn oranje brilglazen miste ik even het gevoel voor diepte en ging ik hard onderuit... Ik voelde me een beetje een witte raaf, maar probeerde me niets aan te trekken van de skiërs en snowboarders om me heen, die zich ongetwijfeld groen en geel ergerden aan weer zo’n overmoedig groentje. Mijn eigen gezicht begon tegen die tijd wat rood te kleuren omdat ik voor de derde dag op rij zonnebrand was vergeten. Maar zo’n rode neus hoort toch ook een beetje bij de tradities van een skivakantie. Net als de goudbruine apfelstrudel met het zwarte goud in de pauzes. En aan het eind van de dag het goudgele vocht onder de oranje avondzon.

Op de laatste dag maakte de witte sneeuw al langzaam plaats voor steeds meer bruine plekken. Tijd om naar huis te gaan; inmiddels had ik toch nauwelijks meer een rooie cent. Je betaalt je blauw aan zo’n skivakantie, maar dan heb je wel een gouwe tijd! Vergeten zijn het gestuntel en geval, de spierpijn en de lange autorit terug naar Nederland; ik kijk er op terug als door een roze bril. De winter van 2018 staat al rood omrand in mijn agenda!

zondag 12 maart 2017

Bloed, zweet en tranen

Sinds begin dit jaar doe ik iedere week aan theatersport. Een sport waar veel mensen geen beeld bij blijken te hebben. Of een volledig verkeerd beeld. Je zou kunnen denken dat het heel fysiek is, of juist dat het thuishoort bij de denksporten. Dat eerste kan soms, maar hoeft niet, dat tweede is alles behalve waar. Daar is regel 2 uit het reglement der theatersport duidelijk over:

1. Je moet lol hebben
2. Je mag niet nadenken

Toch ben ik deze nieuwe hobby na 8 weken wel degelijk als een sport gaan ervaren. Voor improvisatietheater, een synoniem dat al wat meer zegt, heb je namelijk geen repetities - juist geen repetities! - maar speel je ‘games’. En de beoefening ervan kost regelmatig bloed, zweet en tranen...






Bloed
Terwijl ik dit typ voel ik nog steeds die gevoelige plek in mijn rechterhand. De opdracht was een emotie uit te beelden, oplopend op een schaal van 1 tot 10. Mijn voorganger had al een 9 gescoord op wanhoop en toen was het mijn beurt. Zonder na te denken stortte ik mijzelf ter aarde en bonkte hard met mijn vuisten op de harde vloer... Het was slechts een interne bloeding – ok, gewoon een blauwe plek, in theatersport leer je overdrijven - maar mijn eerste blessure was een feit. Overigens gaat binnen de vereniging het hardnekkige gerucht dat zich in een andere cursusgroep al een keer een beenbreuk heeft voorgedaan.

Zweet
Een mooi verhaal maken; niet zoals ik dat normaal probeer te doen - alleen achter een bureau, op basis van feiten en rustig overdenkend - maar samen met medevertellers door vrij associërend zin voor zin voort te borduren op elkaar. Sportverslaggever zijn bij het WK slow motion duizendpoot tellen. Kandidaat zijn in een datingshow met onder meer Bert (van Ernie) en (Albert) Einstein. Ook dit zonder enige voorbereiding. Geloof me, dat is soms best zweten. Voor mij wel in ieder geval. Overigens levert al die inspanning wel progressie en resultaat op. Niet via overwinningen of roem, maar doordat ik me steeds beter aan eerdergenoemde regels weet te houden.

Tranen
Bij theatersport kun je geen fouten maken, dus tranen van teleurstelling zijn niet aan de orde. Toch is het, ondanks regel 1, nog wel eens een verdrietige toestand op onze theatervloer. Bijvoorbeeld omdat de opdracht simpelweg is om zo verdrietig mogelijk te kijken - oog in oog met een medespeler die er op hetzelfde moment zelf alles aan doet om zo neutraal mogelijk te blijven kijken. Of omdat een situatie zodanig hilarisch is dat de tranen je in de ogen springen van het lachen. Die hilariteit kan overigens net zo goed bedoeld als onbedoeld zijn. Op ons niveau geldt meestal het laatste, maar hoe zonde zou het zijn als dat de pret zou drukken?