Inmiddels is het ruim 4 maanden na de NYC marathon. Vier maanden zonder blogpost. Dat betekent niet dat ik in die tijd niet gelopen heb omdat ik in een zwart gat ben gevallen. Of dat er op gebied van hardlopen geen mooie of bijzondere dingen gebeurd zijn. Of dat ik geen zin of inspiratie had om te schrijven. Nee, na het feest van New York waren er genoeg vermeldenswaardige 'afterparties'.
Ik had bijvoorbeeld best kunnen schrijven over de eerste weken na de marathon. Waarin ik nog zo heb nagenoten. Waarin de euforie tegelijk met de spierpijn langzaam afnam, maar de trots en dankbaarheid dat ik dit heb mogen meemaken onveranderd groot bleven.
Ik had kunnen schrijven over de Bruggenloop, de eerste echte wedstijd (over 15 km) waar ik weer aan deelnam en waar ik 6 weken na de marathon over de bruggen vlóóg. Duidelijk het welbekende after-marathon effect. Het klinkt misschien een beetje blasé, maar wat waren die bruggen klein, wat stond er weinig publiek, en was was die 15 km kort...
Ik had kunnen schrijven over de stapavond de vrijdag die er op volgde. Om aan het eind van de avond de nachttrein te halen trok ik een kort sprintje door de binnenstad van Den Haag. Rennen op nette schoenen, een paar biertjes op en één klein momentje van onachtzaamheid: hup, daar ging ik weer door mijn enkel. Dit keer de rechter. Over afterparty gesproken...
Helaas kon ik daardoor niet schrijven over de halve marathon van Egmond...
Ik had wel weer kunnen bloggen over de 10 km van Schoorl. Na mijn slechtste klassering ooit van vorig jaar, besloot ik me dit jaar maar netjes tussen de amateurs te voegen. Helaas was ik aan de late kant en belandde ik daardoor helemaal achterin het startvak. Het gevolg was dat het een lange slalom over smalle duinpaden werd. Vervelend? Mwoah. Ik werd vooral blij van de sfeer en de mooie omgeving. En kreeg er veel zin van in de City Pier City die ik 7 weken later zou lopen.
Dáár zou ik heel graag nú over geschreven hebben. Een paar maanden geleden zag ik deze wedstrijd namelijk nog als een mooi doel om na New York weer naar toe te werken. Nu liet ik vanwege mijn nog steeds wankele enkel voor de tweede keer in twee maanden een startnummer ongebruikt in de envelop. Zelfs mijn wonder-osteopaat kon me voor deze halve marathon niet op tijd klaar stomen...
Kortom, er waren genoeg lopende zaken de afgelopen tijd. Maar het voelt een beetje alsof ik nog steeds op de terugweg ben na de beklimming van een bergtop. Kenmerk van de afdaling is niet alleen dat er de meeste ongelukken gebeuren, maar ook dat je - in vergelijking met de beklimming die achter je ligt - vaak weinig meer registreert. Misschien verklaart dat wel mijn tijdelijke blog-pauze. Een periode waarin ik vooral nog regelmatig over mijn schouder wilde kijken, waar dat hoogtepunt steeds verder weg, maar nooit helemaal uit het zicht raakt.
Grappig genoeg vertrek ik vandaag wel weer ríchting de VS. Nu voor een 'normale' vakantie, waarin de uitdaging qua hardlopen wordt om mijn enkel maar eens echt helemaal te laten herstellen. Ik neem mijn loopschoenen natuurlijk wel mee, maar wil mezelf beperken tot af en toe een rondje rond de camping. Waar ik 4 maanden geleden nog 42 km op 1 dag liep, moet ik die nu misschien maar verdelen over 19 dagen.
Na de rust, wordt het dan langzaam weer tijd om nieuwe plannen te maken. Want de Mount Everest onder de hardloopwedstrijden mag ik dan al gelopen hebben, in de verte liggen nog vele mooie, uitdagende en sfeervolle 'toppen' in het verschiet.
Noot aan de lezer: hieronder volgt een lang verhaal; veruit het langste op deze blog tot nu toe. Er zullen best taaie stukken tussen zitten, maar het einde maakt het (hopelijk) allemaal goed. Tussendoor eten en drinken mag, maar ik zou wel in 1 keer door blijven lezen, anders is het misschien moeilijk later weer op gang te komen. Succes, en geef niet op!
---
Op zondag 1 november word ik al om kwart voor vijf 's ochtends wakker. Niet van de zenuwen - ik heb zelfs opvallend goed geslapen - maar omdat we op tijd moeten vertrekken om onze metro te halen. En daarna een tweede metro. En daarna de veerpont. En daarna de bus. En dan hebben we nog geluk; omdat afgelopen nacht de wintertijd is ingegaan, hebben we in ieder geval nog van een uur extra slaap kunnen genieten. Vanaf nu zal de wijzer van de klok 5 uur lang alleen nog maar vooruit lopen, richting de start van de NYC marathon 2015.
De afgelopen 2 dagen in New York - en daarvoor al een half jaar lang in een whatsapp-groep - is al gebleken hoe leuk het is met een groep naar dit evenement toe te leven. We hebben uitgebreid de route doorgenomen, tempo's, strategieën en tips uitgewisseld en gezamenlijk heel veel gedronken (water!) en gegeten (vooral pasta - met brood vooraf - en de hele dag door mueslibars; de nachtmerrie van iedere moderne voedingsgoeroe). De benen hebben we geprobeerd zo veel mogelijk te sparen, de reisgids is nog nauwelijks opengeslagen. Dat New York een supergave stad is zal de komende dagen nog blijken, nu draait alles nog om de marathon.
Oud brood
In de metro mengen vroege marathonlopers zich met Halloween-feestvierders van de vorige avond. Netjes op tijd komen we bij de veerboot aan die ons naar Staten Island zal brengen. Ik herken de beelden van de sfeerfilmpjes die ik de afgelopen dagen heb bekeken op Youtube. De organisatie blijkt super. Op de boot genieten we van het uitzicht op het vrijheidsbeeld en nuttigen we rustig ons ontbijt. Twee dagen geleden heb ik al brood gekocht, toen ik daar toevallig tegenaan liep op een lokale markt en bang was verder geen normale 'Hollandse' boterhammen meer tegen te komen. Ze smaken niet meer al te vers, maar op marathondag moet je nu eenmaal niet meer experimenteren. Voor een wedstrijd ontbijt ik altijd met sneetjes brood. Dus ook in New York.
Op Staten Island aangekomen blijkt duidelijk dat we in Amerika zijn. Uit het cordon vrijwilligers die ons op z'n Amerikaans - overdreven, maar niet minder gemeend - succes wensen, maar ook uit de ruim aanwezige 'NYPD'. Helikopters cirkelen in de lucht en van alle deelnemers wordt de tas besnuffeld door politiehonden. Het is triest dat het nodig is, maar ik voel me in ieder geval veilig. Sowieso kan ik me nu echt niet druk maken over het risico op een terroristische aanslag, de wedstrijdspanning eist al mijn aandacht op. Zeker wanneer we dichtbij de Verrazano-Narrows Bridge komen. Op deze brug kijken we al 2 dagen uit vanuit ons hotel; van dichtbij is hij helemaal 'huge'. Ter vergelijk: de officiële lengte is 4.176 meter, de Erasmusbrug meet 802 meter...
Van tevoren ben ik via blogs en ervaringsdeskundigen uitgebreid gewaarschuwd voor de mogelijke kou voor de start, maar vandaag hebben we geluk. Zelfs vroeg in de ochtend is het niet koud, het is prima weer voor een marathon (graad of 16, meest bewolkt en niet al te veel wind) en een paar dagen later zullen we zelfs nog in een t-shirtje buiten op het terras zitten. Desalniettemin heb ik me vanochtend goed ingepakt met oude kleding, inclusief handschoenen. Alles om geen energie te verliezen; die zal ik straks hard nodig hebben.
1.700 toiletten
Op het startterrein zie ik om me heen hoe iedereen zich op zijn of haar eigen manier voorbereidt. De één ligt opgerold in een dikke slaapzak, de ander doet nog wat rekoefeningen, een derde zit in een soort meditatiehouding. Iedereen brengt nog wel één of meerdere keren een bezoek aan de enorme hoeveelheid opgestelde toiletten. Alleen al in het startgebied staan er volgens de organisatie 1.700 (!).
Tijdens het wachten gaan mijn gedachten terug naar de dag ervoor, toen we alvast Central Park in waren gegaan om het laatste stuk van het parcours te verkennen. Op het 25 mijl punt vroegen we een Amerikaans stel een foto te maken met onze net opgehaalde startnummers.
We raakten met de man in gesprek en hij bleek een ervaren marathonloper. Of wij ook al eerder marathons hadden gelopen, vroeg hij. Trots meldden we dat een aantal van ons al eens Rotterdam en/of Amsterdam hadden gedaan. Vriendelijk lachend maakte hij ons duidelijk dat ons hier toch echt wat anders te wachten zou staan. En dat zagen we nu zelf ook. Dat de verschillende bruggen voor flinke hoogteverschillen zouden zorgen wisten we al, dat ook de rest van het parcours - waaronder Central Park - allesbehalve vlak zou zijn was toch wel even slikken. Maar hoe dan ook moesten we er volgens de Amerikaan vooral van gaan genieten. Die boodschap was inmiddels wel een beetje tot cliché verworden, maar toch bleven zijn laatste woorden nog lang hangen: 'It's not a race, it's a party.'
Bruce
Dat feest staat inmiddels op het punt van beginnen. Ongeveer een kwartier voor de stad komt de meute langzaam in beweging. Ik gooi mijn oude kleren en handschoenen in de daarvoor bestemde bakken - deze zullen later worden uitgedeeld aan de daklozen - en we wandelen naar een door bussen omzoomd vak. Het voelt hier nog niet alsof je met 50.000 man aan de start staat, maar we zijn dan ook slechts Wave 1, Startzone Blauw, vak E. Na een paar opwarmnummers - waaronder uiteraard Born to Run van 'mijn' Bruce Springsteen - wordt het volkslied aangekondigd, gezongen door Susanna Phillips voordat zij ook zelf meedoet aan de wedstrijd. Aan het feestje bedoel ik... Voor het eerst - en niet voor het laatst - die dag staat het kippenvel op mijn armen. En nogmaals, koud is het niet.
Na een aantal korte speeches volgt eindelijk de harde knal waar ik al 6 maanden naar uitkijk, gevolgd door 'New York, New York' van Frank Sinatra. Ik had persoonlijk wel wat andere suggesties gehad voor een opzwepend openingsnummer bij de start van een marathon, maar nu het eenmaal klinkt blijkt het plaatje helemaal te kloppen. 'I want to be a part of it, New York, New York...' I am a part of it. Ik ga nu de marathon van New York lopen. Wow, wat een ongelooflijk gevoel. Ongeveer 4 minuten na de Kenianen vooraan loop ik over de startstreep. We zijn begonnen.
Ondanks de enorme hoeveelheid mensen heb ik opvallend snel de ruimte om mijn eigen tempo te bepalen. Op zich fijn, maar ook gevaarlijk. Na 3 maanden hard trainen, 3 weken taperen en 5 dagen helemaal niet hardlopen zijn mijn benen enigszins onrustig... Er zit echter niets anders op dus heel langzaam te beginnen, want de eerste mijl is het meteen klimmen geblazen. Genietend van het uitzicht op de skyline slof ik de Verrazano Bridge op, waar ik op 9:30 bij het het eerste mijlpunt aankom. Ongeveer 10 kilometer per uur; zelfs nog een km/u langzamer dan mijn langzame duurlopen. Als je een feestje tot het eind wilt volhouden moet je nu eenmaal rustig beginnen...
Dress code
Na ongeveer 2 mijl lopen we de brug af en worden we verwelkomd door de eerste supporters. Voor het eerst hoor ik mijn naam. Ik moest er even overheen stappen om deze op mijn shirt te plakken - en uiteindelijk vielen de letters nogal groot uit - maar ik ben toch blij de dress code voor dit feest te hebben gevolgd. 'Come on, Tahn'. 'You can do it Tahn', Looking good Taaaaahn'. Maar er staan ook Nederlanders langs de kant - in totaal doen er dan ook 1200 lopers uit ons land mee. Mijn blik kruist die van een in het oranje uitgedoste vrouw; in combinatie met mijn naam zal ze begrijpen dat ik een landgenoot ben. Ze begint me luid aan te moedigen waarna de pak'em beet 20 Hollanders om haar heen massaal meedoen. Het gevoel als sporter mijn land te vertegenwoordigen was nooit dichterbij dan hier en nu...
Ook de lopers om me heen en de teksten op hun shirts inspireren. Er zijn lopers die voor goede doelen lopen en lopers die een overleden vriend of familielid eren - ik voel me zelfs een beetje egoïstisch dat ik 'gewoon voor mezelf' loop. (En dus een beetje voor mijn land...) Op een gegeven moment loop ik achter een vader en dochter - dat denk ik tenminste uit de teksten op hun shirts af te lezen. 'After 15 years, I'm back', staat er op zijn shirt. 'For 15 years this has been my dream', op die van haar. Weer kippenvel. Dit is inderdaad geen race.
High fives
Rond mijl 8 loop ik langs onze eigen supporters; van 6 jaar geleden tijdens mijn eerste marathon in Rotterdam weet ik nog hoeveel energie het geeft om bekende gezichten te zien. Ik sla rechtsaf Lafayette Avenue in; nu komt het feest pas echt op gang. De straat is hier relatief smal waardoor het geluid en de beelden nog meer binnenkomen. De mijlen die dan volgen zijn de meest sfeervolle die ik ooit in een wedstrijd heb meegemaakt. Ze vliegen voorbij alsof het kilometers zijn. Ik kijk mijn
ogen uit en geef denk wel wel honderd high fives. Gewoon uit
het gevoel iets terug te willen doen voor al die supporters. Ik zie een 'Donald Trump Punching Bag' en bordjes met magische eigenschappen: 'Touch here for super power'. Andere bordjes bevatten spottende verwijzingen naar bloedende tepels en blauwe teennagels. 'Pain is temporally, internet results are forever', lees ik ook. Maar juist dat interesseert me niet; dit is het moment.
Ik schrik als ik me bijna verstap. De wegen in Brooklyn zijn niet in de allerbeste staat; het zal toch niet gebeuren dat ik weer door mijn enkel ga...
Op het halve marathon punt - midden op de Wallis Avenue Bridge, voor New Yorkse begrippen een minibruggetje - kom ik door op 1.49. Later hoor ik dat mijn familie thuis me op de voet aan het volgen is. Via een app van de organisatie kun je niet alleen de tussentijden zien, maar beweegt mijn icoontje ook live over de kaart.
Omdat ik tot dan toe heel rustig en ontspannen gelopen heb schiet het even door mijn hoofd dat ik vandaag wel eens een 'negative split' zou kunnen lopen. Dat idee verdwijnt echter weer snel naar de achtergrond als ik de Queensboro brug oploop; dit is geen vals plat meer maar puur klimmen. Supporters staan hier niet, plotseling is het enige wat ik nog hoor voetstappen en ademhaling. Een hele aparte sfeer. De eerste lopers beginnen hier al te wandelen en soms te rekken.
Zelf loop ik nog steeds heel ontspannen, maar bij de afdaling voel ik wel voor het eerst mijn bovenbenen. Dalen is nu eenmaal belastender dan stijgen - dat zal ik de dagen erna nog zeer nadrukkelijk gaan ervaren op de trappen van de metrostations. Hoewel ik weet dat de euforie zich vanaf nu langzaam zal gaan vermengen met pijn, bruis ik nog steeds van de energie. En dat wordt niet minder als ik vanaf het laatste stukje van de brug de mensenmassa op 1st Avenue al zie staan. Hier staat het denk ik wel 10 rijen dik. Het is de eerste keer dat we Manhatten in lopen.
De dagen erna zal ik hier nog bakken met geld gaan uitgeven, maar vandaag is het een combinatie van 'bring your own' (3 gelletjes in mijn achterzak) en 'all you can eat' (fruit en nog meer gelletjes van de organisatie). Het is immers een feestje, en daarbij hoort goed eten en drinken. Het drankassortiment is wat beperkt, maar de combinatie van sportdrank en water wordt door mijn maag in ieder geval prima verteerd. En wat is een feestje zonder goede muziek? De optredende bands langs de kant zijn al net zo divers als de buurten en de mensen. En daarmee typisch New York. Ik snap best dat die mensen trots zijn op hun stad...
Ghettoblaster
Tussen mijl 20 en 21 pakken we een stukje van de Bronx mee. Het idee van de NYC marathon is dat je door alle 5 de 'boroughs' loopt. Het mooie daarvan is dat elke buurt weer z'n eigen karakter heeft; eerder waren we al door de Joodse wijk gelopen, waar het werkelijk uitgestorven was. De enkele bewoner die wel langs het parcours loopt - zwarte hoed, keppeltje, lange krullen aan de zijkant van het hoofd - gunt ons geen blik waardig. Het is immers zondag. In de Bronx hebben ze daar geen boodschap aan. Daar klinkt hiphopmuziek uit de ghettoblaster en blijken ze heel goed te zijn in zelfspot: 'Run, or I will steal your shoes'.
Een mooi bruggetje - ook letterlijk, de Madison Avenue bridge is de laatste van het parcours - naar 5th Avenue, de shopping street van New York, waar werkelijk alle vooraanstaande modeketens met een filiaal te vinden zijn en weer nieuwe schoenen te koop zijn. Hier voelt het valse plat omhoog wel héél vals. In het dagelijks leven lijkt me dit ook al zwaar: voor mannen om achter hun shoppende vrouwen aan te sjokken, voor vrouwen om overeind te blijven op hun naaldhakken, balancerend met hun Victoria Secret tasjes. Vandaag zwoegen er door deze straat 50.000 mannen en vrouwen op loopschoenen. Dit is voor mij en vele anderen het punt dat het echt zwaar wordt.
Mensen, mensen, mensen
Iets voor mijl 24 lopen we Central Park in. Een vergelijking met het Kralingse Bos ligt voor de hand, maar gaat volledig mank. Ook hier staat overal publiek, en nu heb ik die extra energie ook echt nodig. Ik herken de banieren van onze verkennende wandeling, en de plek waar we het Amerikaanse stel tegenkwamen. Een paar dagen later zullen we een deel van de route nog eens wandelend en op de fiets afleggen, maar we hebben dan moeite alles nog te herkennen. Tijdens de marathon zie ik vooral mensen, heel veel mensen.
Rond de 40 kilometer schiet er plotseling nog een pijnscheut door mijn rug. Gelukkig valt het mee en kan hij op de grote hoop met andere pijntjes die ik nu voel. De energie stroomt langzaam uit mijn lichaam, maar ik weet zeker dat ik het ga halen. Al 6,5 jaar zit het me niet lekker dat ik nooit heb kunnen (na)genieten van de finish op de Coolsingel; die herinner ik me alleen nog als één pijnlijke waas. Nu doet het ook pijn, maar ben ik me wel overal 100% van bewust. Ik zie de finish op me afkomen, ik hoor het geluid van de tribunes aan de zijkanten, ik voel het kippenvel op mijn armen als ik ze in de lucht steek. Na 3 uur, 41 minuten en 46 seconden is het feest voor mij afgelopen.
---
Een feestje vier je nooit alleen. Mijn dank gaat uit naar mede-lopers en -finishers en super-reisgezelschap Karen, Lotte, Hilde, Anne (oneindig veel dank voor het initiatief), Gerton en Rob (dank voor de filmpjes), supporters Remco, Bas en Martijn, de vele mensen die me succesberichtjes en felicitaties hebben gestuurd en de 2 miljoen New Yorkers langs de kant. Het was onvergetelijk.
De laatste training zit erop: wat rest is rust nemen, koolhydraten stapelen, mijn koffer pakken en de tijd doden met inspirerende, praktische en historische YouTube-filmpjes over de marathon die ik over 4 dagen ga lopen. Om te beginnen met een andere betekenis van 'runners's high'.
Een mooi middel om de route alvast in mijn hoofd prenten. Je zou zeggen dat fout lopen tijdens een marathon onmogelijk is, maar nee hoor... In 1994 presteerde de Mexicaan German Silva het om 900 meter voor de finish in koppositie een verkeerde kant op te lopen.
Uiteindelijk wist hij alsnog met 2 seconden verschil te winnen. In 1995 won hij opnieuw in New York, maar van zijn bijnaam 'Wrong Way Silva' kwam hij nooit meer af. Twintig jaar later loopt iedereen gewoon met zijn eigen GPS-horloge. En wordt alles vastgelegd met GoPro's en selfie sticks.
Zonde van de energie en de beleving, denk ik persoonlijk. Maar misschien stop ik zelf wel een blocnootje tussen mijn gelletjes en joint; ik betwijfel of ik 3,5 tot 4 uur aan ervaringen en indrukken allemaal kan onthouden. De spierpijn zal me in ieder geval wel weer lang bijblijven.
Als ik bovenstaande beelden zo zie zal de journalist in mij zich waarschijnlijk moeten inhouden om niet direct na de finish interviews te gaan houden met mede-lopers. Want wat zullen er een hoop mooie verhalen achter die 50.000 mensen schuilen...
Maar laat ik eerst maar mijn eigen verhaal schrijven. Ik las onlangs deze blogpost van ruim 4 jaar geleden terug. Het gaat gebeuren, die tweede marathon. Ik ben er ontzettend klaar voor en heb er ongelooflijk veel zin in.
Waar dénk je dan al die tijd aan? Dat wordt me nog wel eens gevraagd als ik vertel over mijn lange trainingen in het weekend. Bij duurlopen van 3 uur, zoals die van vandaag, kan ik me op zich wel iets bij die vraag voorstellen.
Het antwoord? Niet zo veel eigenlijk... En dat is best fijn, voor een denker als ik! Waar mijn hoofd anders nog wel eens een woelige zee van gedachten is, verandert dat met hardlopen in een spiegelglad meertje, met af en toe een rimpeling door iets dat onverwacht aan de oppervlakte komt.
Wat er dan zoal naar boven komt drijven? Bijvoorbeeld een vriend die ik te lang niet gesproken heb en toch weer eens moet bellen, of zo maar ineens een ingeving die te maken heeft met werk, of de titel van een film die me de dag ervoor ondanks heel hard nadenken maar niet te binnen wilde schieten. En soms het onderwerp voor mijn volgende blogpost...
Blijkbaar werkt het toch ontspannend, dat hardlopen. Over runner's high is al veel gezegd en geschreven; deze week verschenen er weer nieuwe inzichten in het nieuws: hardlopen doet hetzelfde voor je hersenen als cannabis. (Iemand die in zijn eigen wereldje lekker high zit te wezen vraag je toch ook niet waar die aan denkt?)
Volgens de wetenschappers onderdrukt de lichaamseigen stof die bij hardlopen extra vrijkomt mogelijk ook het pijngevoel. Ik vraag me dan toch af hoe een verzurende sprint of marathon zónder die pijnbestrijding voelt... Hoe dan ook lijkt het effect wisselend: vandaag deed mijn duurloop gelukkig veel minder zeer dan vorige week, toen ik wel wat extra verdoving kon gebruiken.
Misschien moet ik in New York maar een joint (ver)stoppen tussen mijn gelletjes voor onderweg. Gewoon voor de zekerheid.
Ken je dat jongetje dat vroeger op school altijd zei dat hij niet geleerd had voor zijn proefwerk, en vervolgens wel een 8 haalde? Zo voelde ik me vorige week een beetje bij de Rijk Zwaan Loop in 's-Gravenzande.
Het was mijn eerste wedstrijd in 4 maanden; de focus had de afgelopen tijd vooral gelegen op heel blijven en afstanden maken. Bij het uitwisselen van voorspellingen met collega's voorafgaand aan de start (een mooie traditie), temperde ik dan ook de verwachtingen. Net zo goed voor mezelf als voor anderen. 'Een tempo van 4:30 zou al heel mooi zijn.' De snelste Rijk Zwaan'er? (ook een mooie traditie) 'Nee, daar ga ik dit keer echt niet vanuit.'
Wat schetste echter mijn verbazing bij de doorkomst na 1 kilometer? Met twee vingers in de neus 4:00. Wat blijft het toch lastig aan het begin een goed tempo te kiezen... Dat belooft nog wat voor de start in New York; daar zit in de eerste mijl ook nog eens 40 meter hoogteverschil. Hoewel die 4:00 in 's-Gravenzande natuurlijk wel veel te snel was - in de tweede helft moesten die vingers toch echt uit mijn neus -, lag mijn tijd uiteindelijk maar anderhalve minuut boven mijn PR van vorig jaar. Gezien het gebrek aan wedstrijdritme toch wel een 8 waard zou ik zeggen...
Al met al had mijn zelfvertrouwen er in ieder geval een boost van gekregen. Na een actieve maar relatief rustige trainingsweek was het dit weekend weer tijd voor een lange duurloop. Vaak een klusje voor de zaterdag- of zondagochtend (je moet die 3 uur toch kwijt kunnen), maar dit keer besloot ik voor de vrijdagmiddag te gaan. Op tijd vrij van werk, een heerlijk zonnetje, weinig wind; zulke omstandigheden heb je maar zelden. Ik had er zin in.
Het werd een slijtageslag.
De eerste 10 mijl - ik moet er toch alvast aan wennen - gingen nog best lekker, maar met de mijlen namen vervolgens ook de pijntjes toe. Waar de pijn zich bij lange duurlopen normaal gesproken concentreert in mijn bovenbenen, werd die nu vergezeld cq afgeleid door kramp in mijn kuiten, last van mijn schouder, een uitgedroogd gevoel, een misselijkheidsaanval na een gelletje, een blaar op mijn kleine teen, steken in mijn zij en gewoon pure vermoeidheid- en toen moest de hoofdpijn (van het vochttekort?) later die dag nog komen. De teller stopte na 31,3 km; zo ongeveer het punt waar de marathon pas echt gaat beginnen, maar waar ik nu al dolblij was mijn voordeur weer te hebben bereikt.
Conclusie? Toch maar weer gaan twijfelen of ik op tijd klaar ben voor New York? Zeker niet! Ik heb 3 dertigers gelopen - daar had ik een paar weken geleden sowieso al voor getekend -, ben fit, heb inmiddels aardig wat ervaring en in elke voorbereiding hoort een slechte training. Als er één plek is waar ik in mezelf moet geloven is het toch wel de Verenigde Staten! Zoals de groot Amerikaans dichter en filosoof Ralph Waldo Emerson (1803-1882) al schreef:
Bovendien is succes straks een relatief begrip; ik hoef die 42 kilometer 'alleen maar' uit te lopen. Een 5,5 is ook een voldoende. Zelfs als ik er 5,5 uur over doe... Helaas houdt de vergelijking met een examen hier wel op. Want waar je je vroeger op school uitputtend kon voorbereiden - door talloze wiskundesommetjes te oefenen of tot in den treure Duitse naamvallen te stampen - blijft 42 kilometer hardlopen los van de voorbereiding een onvoorspelbaar avontuur. En van een herkansing is op korte termijn al helemaal geen sprake...
De planning was om dit weekend mijn tweede '30K' te lopen. Ik had al een grote ronde uitgestippeld en er zelfs een soort van zin in. Een paar dagen geleden begon ik me echter steeds slechter te voelen door een serieuze verkoudheid. Bij het opstaan 's ochtends voelde een duurloop van 30 kilometer nog niet echt als een reële optie.
Als alternatief ging ik eerst maar eens een vertrouwd rondje in de buurt lopen. Dat ging nog verrassend goed! Zodanig dat ik nog een rondje besloot te maken, nu een ander vast parcours vlakbij huis. Ook die ging boven verwachting, waarna ik ook mijn derde vaste trainingsroute nog meepikte en via een soort 'best of' van looproutes alsnog aan de 30 kilometer kwam.
Best of's zijn niet per se altijd het best, dat geldt ook voor muziekalbums. (Vaste lezers van deze blog weten inmiddels wel dat ik van metaforen houd, mensen die mij kennen weten dat ik een groot muziekliefhebber ben.) Natuurlijk ontstaat een hit of favoriete trainingsroute om een reden. Je kunt ze blijven herhalen; echt vervelen gaan ze nooit. Maar de echte beleving zit in het ontdekken van iets nieuws, of als het 'om het echie' gaat.
Neem het concert van Bruce Springsteen in Madrid dat ik in 2012 bijwoonde. Samen met 80.000 wild enthousiaste Spanjaarden vooraan in het Bernabeu-stadion, waar mijn muzikale held een set vol verrassingen deed van 3 uur en 48 minuten. (Dit zou overigens een mooie streeftijd zijn in NY, maar dat terzijde). Een onvergetelijke ervaring, waar het afspelen van Bruce zijn 'Greatest Hits' maar schril bij afsteekt.
De marathon van New York zie ik op gebied van loopevenementen toch wel als het equivalent van het concert van Bruce Springsteen in Madrid. Het summum binnen z'n soort. De ultieme ervaring voor de liefhebber. Natuurlijk zie ik hierbij wel 2 gevaren: 1. De verwachtingen zijn zeer hoog. 2. Als die verwachtingen toch worden ingelost, hoe is dit dan ooit nog te overtreffen...?
Gelukkig hebben muziek en hardlopen als hobby's beide een enorme omvang en diversiteit. Na Madrid heb ik nog hele mooie concerten gezien, en na New York zullen nog vele nieuwe looproutes op me wachten. Klein en groot, dichtbij en ver weg, gepland en spontaan. En toch is het een fijn gevoel om altijd nog te kunnen terugvallen op de Best of...
Eerder schreef ik al over hardlopen in het buitenland en de charme daarvan. Ook afgelopen week tijdens mijn werktrip naar Brazilië gingen de loopschoenen mee. Hardlopen kun je immers altijd en overal. Toch? Dat leek hier in eerste instantie toch even tegen te vallen…
Sowieso konden mijn benen de eerste dagen na de 30 km in het Amsterdamse Bos nog wel wat rust gebruiken. Op maandag was de spierpijn nog zodanig dat ik nauwelijks in staat was om al weer normaal hard te lopen. Een gammele hometrainer in de fitnesszaal van het hotel bood uitkomst; daarop kon ik de boel in ieder geval nog een beetje losfietsen.
De volgende dag voelden mijn benen al weer een stuk beter en wilde ik wel weer wat kilometers proberen te maken. Maar wanneer, waar en hoe? Ik had elke dag een druk programma en ’s avonds was het vroeg donker en niet helemaal ongevaarlijk om alleen de straat op te gaan. Bovendien vielen er de hele dag door onweers- en zware regenbuien. Die eerste drempels om deze week te kunnen hardlopen had ik van tevoren wel verwacht, die laatste in Brazilië niet...
Gevaarlijk?
In tegenstelling tot het weer werkte het tijdsverschil met Nederland wel in mijn voordeel. Op woensdagochtend werd ik al rond half 6 wekker en was het voor het eerst in 48 uur weer eens droog. Maar wel donker. Uit het raam zag ik in het schijnsel van een lantaarnpaal een silhouet. Wat stond die man daar te doen? Het was dan wel niet Sao Paulo, maar ook kleine broer Campinas staat niet bekend als de meest veilige stad ter wereld… Het verstand won het van het hart, ik besloot toch maar weer verder te slapen.
Drie kwartier later werd ik echter al weer wakker en was het licht. Nu of nooit, ik had nog net een half uurtje voor het ontbijt. Let’s go! Maar waarheen? Ik had eerder al wel gezien dat de stad niet bepaald gemaakt is voor hardlopers; veel steile hellingen en oneffenheden en verkeer dat nergens voor stopt. En dan was er nog het risico te verdwalen in een onbekende omgeving. In mijn geval bestond het potentiële gevaar misschien nog wel vooral uit mijn (gebrek aan) richtingsgevoel en zwakke enkel…
Maar no guts, no glory! 1 keer rechts, 1 keer links, dat kon ik nog wel onthouden. Voorzichtig de bocht om, en... toen was daar opeens een park! Nou ja, een klein stadspleintje. Genoeg in ieder geval voor een klein interval-traininkje. Om en om een rondje snel en een rondje langzaam; zo maakte ik mijn eerste kilometers op Braziliaanse grond. Ik was niet overvallen, niet door mijn enkel gegaan, niet verdwaald, zelfs niet natgeregend; de werkdag kon beginnen!
Extra hellingen
Twee dagen later vond training nummer 2 plaats. Opnieuw 's ochtends voor het ontbijt. Dit keer zette ik mijn alarm ervoor en pakte ik nog wat extra hellingen mee; geen verkeerde oefening met het oog op de hoogteverschillen die ons in New York te wachten staan. Ruim 50 minuten later was ik vol energie weer in het hotel. In sportief opzicht was de week sowieso al geslaagd.
Zaterdag had ik nog een vrije ochtend in Sao Paulo. Met de gedachte aan de lange vlucht van die avond leek het me niet gek ook hier nog even de benen los te fietsen in de fitnesszaal. Door het raam van de twintigste verdieping zag ik in de verte indrukwekkende wolkenkrabbers, op de voorgrond lag een groot stadspark. Drie keer raden aan welke andere wereldstad dit me deed denken. Een inspirerend (voor)uitzicht om mijn trainingsstage mee af te sluiten.