Een week later – nu de uitslagen en foto’s online staan – weet ik wél zeker dat ik ergens precies 40 minuten en 25 seconden over gedaan heb en dat ik daarmee als achtste over de finish ben gekomen. En dat die piano en violist er echt stonden…
zaterdag 6 mei 2017
Hallicunaties?
Vorige week zaterdag vond in Ockenburgh de tweede editie van de Ock Run plaats: vier rondjes van 2,5 kilometer rondom Villa Ockenburgh. In zo’n omgeving past natuurlijk geen gettoblaster, DJ of dweilband, daarom zal de sfeercommissie hebben gekozen voor – je verzint het niet - een violist en een pianist aan de rand van het parcours. Toen ik er voor het eerst langs liep dacht ik even dat ik van de inspanning aan het hallucineren was. Die gedachte werd nog eens versterkt toen ik bij de verschillende doorkomsten op mijn horloge keek: ik stevende op een eindtijd van 40 minuten af, dat had ik jaren niet meer gepresteerd... Helaas beroofden de GPS-horloges van mede-lopers me na afloop snel van de illusie van voor mijn doen een toptijd. De ‘exacte’ metingen liepen uiteen van 9,3 tot 9,8 kilometer – hoezo GPS nauwkeurig? – dus hoe ‘goed’ ik die dag was zal voor altijd een mysterie blijven.
Een week later – nu de uitslagen en foto’s online staan – weet ik wél zeker dat ik ergens precies 40 minuten en 25 seconden over gedaan heb en dat ik daarmee als achtste over de finish ben gekomen. En dat die piano en violist er echt stonden…
Een week later – nu de uitslagen en foto’s online staan – weet ik wél zeker dat ik ergens precies 40 minuten en 25 seconden over gedaan heb en dat ik daarmee als achtste over de finish ben gekomen. En dat die piano en violist er echt stonden…
dinsdag 18 april 2017
Debuut, tradities en een rentree
Vorige week zaterdag was het dan zo ver. Na 12 weken trainen - geheel toevallig precies de duur van een klassieke marathonvoorbereiding – vond in Theater in de Steeg in Den Haag mijn podiumdebuut plaats. In theatersport is het weliswaar makkelijker het podium te halen dan met hardlopen, maar de uitdaging begint wel pas als je er staat…
Vooraf was ik nog niet eens zo zenuwachtig; improviseren kun je immers toch niet voorbereiden. Maar toen we eenmaal in de coulissen stonden - compleet met van die spiegels met lampjes er omheen, net echt - nam de spanning toch wel toe.
Tijdens een hardloopwedstrijd wil ik nog wel eens geconcentreerd het publiek inturen, speurend naar bekende gezichten. Toen ik vorige week het podium opliep had ik alles behalve de behoefte om dat zwarte gat in te kijken. Maar terwijl een marathon pas in de laatste kilometers echt afzien wordt, werd het optreden juist steeds leuker. Sterker nog, de tijd vloog voorbij en na 2 uur vond ik het jammer dat het er al opzat!
Ik ga hier verder geen verslag doen van het optreden, maar in alle bescheidenheid durf ik het een groot succes te noemen. We hadden als spelers immers zelf een hoop lol gehad en daarmee voldaan aan de eerder geformuleerde belangrijkste doelstelling van theatersport. Na afloop nam ik, enigszins impulsief, en daarmee in stijl van de avond, meteen maar de beslissing: ik ga hier mee door! Grappig, een gemiddelde marathonloper neemt na de wedstrijd een net zo impulsieve maar tegengestelde beslissing: dit nooit meer…
Toevallig vond de dag erna de Rotterdam Marathon plaats. Na een korte nacht – ook in de theatersport kennen ze een derde helft, alleen speelt die zich niet af aan de bar, maar (terug) op het podium – was het weer mijn beurt om publiek te zijn. Hier langs de kant staan is een jaarlijkse traditie. Net zo zeer een traditie: dat het als toeschouwer meteen gaat kriebelen om me zelf ook weer eens aan de 42 kilometer en 195 meter te wagen. Alleen was het door mijn voetblessure wel al meer dan 14 maanden (!) geleden dat ik een wedstrijd had gelopen…
Maar inmiddels is de ban gebroken! Dit weekend stond ik aan de start van de Duijvestijn Tomaten Loop. Een Paasloop met nauwelijks publiek: geen beter podium voor een low profile wederopstanding. Al had ik net als 10 dagen eerder alsnog wel wat last van zenuwen. Niet zo zeer hoe ik zou presteren, meer hoe het met mijn blessure zou gaan. Uiteindelijk was het in beide opzichten een geslaagde rentree: mijn voet hield zich goed en met 32.47 over 5 mijl was ik dik tevreden. (Over tradities gesproken: mijn laatste drie deelnames aan de Paasloop liep ik allemaal in een gemiddelde van 4.05 per kilometer.)
Binnen 10 dagen een geslaagd debuut en een succesvolle rentree, diverse tradities in ere gehouden en twee carrières in de lift. De zaken gaan goed!
Vooraf was ik nog niet eens zo zenuwachtig; improviseren kun je immers toch niet voorbereiden. Maar toen we eenmaal in de coulissen stonden - compleet met van die spiegels met lampjes er omheen, net echt - nam de spanning toch wel toe.
Tijdens een hardloopwedstrijd wil ik nog wel eens geconcentreerd het publiek inturen, speurend naar bekende gezichten. Toen ik vorige week het podium opliep had ik alles behalve de behoefte om dat zwarte gat in te kijken. Maar terwijl een marathon pas in de laatste kilometers echt afzien wordt, werd het optreden juist steeds leuker. Sterker nog, de tijd vloog voorbij en na 2 uur vond ik het jammer dat het er al opzat!
Ik ga hier verder geen verslag doen van het optreden, maar in alle bescheidenheid durf ik het een groot succes te noemen. We hadden als spelers immers zelf een hoop lol gehad en daarmee voldaan aan de eerder geformuleerde belangrijkste doelstelling van theatersport. Na afloop nam ik, enigszins impulsief, en daarmee in stijl van de avond, meteen maar de beslissing: ik ga hier mee door! Grappig, een gemiddelde marathonloper neemt na de wedstrijd een net zo impulsieve maar tegengestelde beslissing: dit nooit meer…
Toevallig vond de dag erna de Rotterdam Marathon plaats. Na een korte nacht – ook in de theatersport kennen ze een derde helft, alleen speelt die zich niet af aan de bar, maar (terug) op het podium – was het weer mijn beurt om publiek te zijn. Hier langs de kant staan is een jaarlijkse traditie. Net zo zeer een traditie: dat het als toeschouwer meteen gaat kriebelen om me zelf ook weer eens aan de 42 kilometer en 195 meter te wagen. Alleen was het door mijn voetblessure wel al meer dan 14 maanden (!) geleden dat ik een wedstrijd had gelopen…
Maar inmiddels is de ban gebroken! Dit weekend stond ik aan de start van de Duijvestijn Tomaten Loop. Een Paasloop met nauwelijks publiek: geen beter podium voor een low profile wederopstanding. Al had ik net als 10 dagen eerder alsnog wel wat last van zenuwen. Niet zo zeer hoe ik zou presteren, meer hoe het met mijn blessure zou gaan. Uiteindelijk was het in beide opzichten een geslaagde rentree: mijn voet hield zich goed en met 32.47 over 5 mijl was ik dik tevreden. (Over tradities gesproken: mijn laatste drie deelnames aan de Paasloop liep ik allemaal in een gemiddelde van 4.05 per kilometer.)
Binnen 10 dagen een geslaagd debuut en een succesvolle rentree, diverse tradities in ere gehouden en twee carrières in de lift. De zaken gaan goed!
zondag 26 maart 2017
Een witte en tegelijkertijd o zo kleurrijke wereld
Ik was niet helemaal meer groen achter de oren; ik had al eens een blauwe maandag geskied. Maar toen ik op de eerste ochtend van mijn wintersportvakantie meteen met grote haast een rode piste af moest – na eerst op de verkeerde plek te hebben gestaan en om daarna alsnog op tijd te komen voor de groepsles die ik van tevoren zwart op wit vast had laten leggen - begon ik toch een beetje bleek te zien. Uiteindelijk meldde ik me met schaamrood op de kaken alsnog te laat voor de les. Gelukkig geloofde de skischool mijn goede bedoelingen op mijn blauwe ogen; ik kreeg als alternatief een halve privéles aangeboden en wist met een paar gerichte tips de ervaring uit een grijs verleden weer te verzilveren. Na een fantastische eerste dag skiën – helaas wel onder grijze luchten - was het uiteraard tijd voor de après ski, waar het zwart zag van de mensen. Figuurlijk dan. Een paar uur later liep ik samen met mijn vrienden terug naar het appartement, rood aangelopen van de warmte en enigszins blauw van het bier. Niet dat ik dronken was, maar als je de precieze invloed van alcohol probeert te omschrijven kom je al snel in een grijs gebied.
Op dag twee zagen we voor het eerst stukjes blauwe lucht. Eindelijk kans om een beetje bruin te worden. Voor de kwaliteit van de pistes was het betere weer minder goed nieuws. Ik wil niemand de zwarte piet toespelen, maar al die wintersporters over losgesmolten sneeuw was niet bevorderlijk voor de structuur. De pot verwijt de ketel dat die zwart ziet, want zelf deed ik natuurlijk ook volop mee aan het omploegen van die ’s ochtends nog zo mooie sneeuwmat. Hoe dan ook hadden die witte hobbels een positief effect op mijn leercurve noch mijn tempo. Lichtgroen van jaloezie zag ik mijn vrienden snel uit het zicht verdwenen. En verdween ik uit dat van hun. Gelukkig waren ze zeer sociaal en stak mijn fel oranje jas goed af tegen de witte sneeuw en groene bossen erom heen. Zo zouden ze me als rodelantaarndrager in ieder geval niet vergeten.
Een dag later gaven diezelfde vrienden me al groen licht - m.a.w. ik bezweek onder de groepsdruk - voor een afdeling van de zwarte piste. Daar bleef ik nog overeind, maar een paar uur later was ik alsnog bont en blauw. Ondanks mijn oranje brilglazen miste ik even het gevoel voor diepte en ging ik hard onderuit... Ik voelde me een beetje een witte raaf, maar probeerde me niets aan te trekken van de skiërs en snowboarders om me heen, die zich ongetwijfeld groen en geel ergerden aan weer zo’n overmoedig groentje. Mijn eigen gezicht begon tegen die tijd wat rood te kleuren omdat ik voor de derde dag op rij zonnebrand was vergeten. Maar zo’n rode neus hoort toch ook een beetje bij de tradities van een skivakantie. Net als de goudbruine apfelstrudel met het zwarte goud in de pauzes. En aan het eind van de dag het goudgele vocht onder de oranje avondzon.
Op de laatste dag maakte de witte sneeuw al langzaam plaats voor steeds meer bruine plekken. Tijd om naar huis te gaan; inmiddels had ik toch nauwelijks meer een rooie cent. Je betaalt je blauw aan zo’n skivakantie, maar dan heb je wel een gouwe tijd! Vergeten zijn het gestuntel en geval, de spierpijn en de lange autorit terug naar Nederland; ik kijk er op terug als door een roze bril. De winter van 2018 staat al rood omrand in mijn agenda!
Op dag twee zagen we voor het eerst stukjes blauwe lucht. Eindelijk kans om een beetje bruin te worden. Voor de kwaliteit van de pistes was het betere weer minder goed nieuws. Ik wil niemand de zwarte piet toespelen, maar al die wintersporters over losgesmolten sneeuw was niet bevorderlijk voor de structuur. De pot verwijt de ketel dat die zwart ziet, want zelf deed ik natuurlijk ook volop mee aan het omploegen van die ’s ochtends nog zo mooie sneeuwmat. Hoe dan ook hadden die witte hobbels een positief effect op mijn leercurve noch mijn tempo. Lichtgroen van jaloezie zag ik mijn vrienden snel uit het zicht verdwenen. En verdween ik uit dat van hun. Gelukkig waren ze zeer sociaal en stak mijn fel oranje jas goed af tegen de witte sneeuw en groene bossen erom heen. Zo zouden ze me als rodelantaarndrager in ieder geval niet vergeten.
Een dag later gaven diezelfde vrienden me al groen licht - m.a.w. ik bezweek onder de groepsdruk - voor een afdeling van de zwarte piste. Daar bleef ik nog overeind, maar een paar uur later was ik alsnog bont en blauw. Ondanks mijn oranje brilglazen miste ik even het gevoel voor diepte en ging ik hard onderuit... Ik voelde me een beetje een witte raaf, maar probeerde me niets aan te trekken van de skiërs en snowboarders om me heen, die zich ongetwijfeld groen en geel ergerden aan weer zo’n overmoedig groentje. Mijn eigen gezicht begon tegen die tijd wat rood te kleuren omdat ik voor de derde dag op rij zonnebrand was vergeten. Maar zo’n rode neus hoort toch ook een beetje bij de tradities van een skivakantie. Net als de goudbruine apfelstrudel met het zwarte goud in de pauzes. En aan het eind van de dag het goudgele vocht onder de oranje avondzon.
Op de laatste dag maakte de witte sneeuw al langzaam plaats voor steeds meer bruine plekken. Tijd om naar huis te gaan; inmiddels had ik toch nauwelijks meer een rooie cent. Je betaalt je blauw aan zo’n skivakantie, maar dan heb je wel een gouwe tijd! Vergeten zijn het gestuntel en geval, de spierpijn en de lange autorit terug naar Nederland; ik kijk er op terug als door een roze bril. De winter van 2018 staat al rood omrand in mijn agenda!
zondag 12 maart 2017
Bloed, zweet en tranen
Sinds begin dit jaar doe ik iedere week aan theatersport. Een sport waar veel mensen geen beeld bij blijken te hebben. Of een volledig verkeerd beeld. Je zou kunnen denken dat het heel fysiek is, of juist dat het thuishoort bij de denksporten. Dat eerste kan soms, maar hoeft niet, dat tweede is alles behalve waar. Daar is regel 2 uit het reglement der theatersport duidelijk over:
1. Je moet lol hebben
2. Je mag niet nadenken
Toch ben ik deze nieuwe hobby na 8 weken wel degelijk als een sport gaan ervaren. Voor improvisatietheater, een synoniem dat al wat meer zegt, heb je namelijk geen repetities - juist geen repetities! - maar speel je ‘games’. En de beoefening ervan kost regelmatig bloed, zweet en tranen...
Bloed
Terwijl ik dit typ voel ik nog steeds die gevoelige plek in mijn rechterhand. De opdracht was een emotie uit te beelden, oplopend op een schaal van 1 tot 10. Mijn voorganger had al een 9 gescoord op wanhoop en toen was het mijn beurt. Zonder na te denken stortte ik mijzelf ter aarde en bonkte hard met mijn vuisten op de harde vloer... Het was slechts een interne bloeding – ok, gewoon een blauwe plek, in theatersport leer je overdrijven - maar mijn eerste blessure was een feit. Overigens gaat binnen de vereniging het hardnekkige gerucht dat zich in een andere cursusgroep al een keer een beenbreuk heeft voorgedaan.
Zweet
Een mooi verhaal maken; niet zoals ik dat normaal probeer te doen - alleen achter een bureau, op basis van feiten en rustig overdenkend - maar samen met medevertellers door vrij associërend zin voor zin voort te borduren op elkaar. Sportverslaggever zijn bij het WK slow motion duizendpoot tellen. Kandidaat zijn in een datingshow met onder meer Bert (van Ernie) en (Albert) Einstein. Ook dit zonder enige voorbereiding. Geloof me, dat is soms best zweten. Voor mij wel in ieder geval. Overigens levert al die inspanning wel progressie en resultaat op. Niet via overwinningen of roem, maar doordat ik me steeds beter aan eerdergenoemde regels weet te houden.
Tranen
Bij theatersport kun je geen fouten maken, dus tranen van teleurstelling zijn niet aan de orde. Toch is het, ondanks regel 1, nog wel eens een verdrietige toestand op onze theatervloer. Bijvoorbeeld omdat de opdracht simpelweg is om zo verdrietig mogelijk te kijken - oog in oog met een medespeler die er op hetzelfde moment zelf alles aan doet om zo neutraal mogelijk te blijven kijken. Of omdat een situatie zodanig hilarisch is dat de tranen je in de ogen springen van het lachen. Die hilariteit kan overigens net zo goed bedoeld als onbedoeld zijn. Op ons niveau geldt meestal het laatste, maar hoe zonde zou het zijn als dat de pret zou drukken?
1. Je moet lol hebben
2. Je mag niet nadenken
Toch ben ik deze nieuwe hobby na 8 weken wel degelijk als een sport gaan ervaren. Voor improvisatietheater, een synoniem dat al wat meer zegt, heb je namelijk geen repetities - juist geen repetities! - maar speel je ‘games’. En de beoefening ervan kost regelmatig bloed, zweet en tranen...
Bloed
Terwijl ik dit typ voel ik nog steeds die gevoelige plek in mijn rechterhand. De opdracht was een emotie uit te beelden, oplopend op een schaal van 1 tot 10. Mijn voorganger had al een 9 gescoord op wanhoop en toen was het mijn beurt. Zonder na te denken stortte ik mijzelf ter aarde en bonkte hard met mijn vuisten op de harde vloer... Het was slechts een interne bloeding – ok, gewoon een blauwe plek, in theatersport leer je overdrijven - maar mijn eerste blessure was een feit. Overigens gaat binnen de vereniging het hardnekkige gerucht dat zich in een andere cursusgroep al een keer een beenbreuk heeft voorgedaan.
Zweet
Een mooi verhaal maken; niet zoals ik dat normaal probeer te doen - alleen achter een bureau, op basis van feiten en rustig overdenkend - maar samen met medevertellers door vrij associërend zin voor zin voort te borduren op elkaar. Sportverslaggever zijn bij het WK slow motion duizendpoot tellen. Kandidaat zijn in een datingshow met onder meer Bert (van Ernie) en (Albert) Einstein. Ook dit zonder enige voorbereiding. Geloof me, dat is soms best zweten. Voor mij wel in ieder geval. Overigens levert al die inspanning wel progressie en resultaat op. Niet via overwinningen of roem, maar doordat ik me steeds beter aan eerdergenoemde regels weet te houden.
Tranen
Bij theatersport kun je geen fouten maken, dus tranen van teleurstelling zijn niet aan de orde. Toch is het, ondanks regel 1, nog wel eens een verdrietige toestand op onze theatervloer. Bijvoorbeeld omdat de opdracht simpelweg is om zo verdrietig mogelijk te kijken - oog in oog met een medespeler die er op hetzelfde moment zelf alles aan doet om zo neutraal mogelijk te blijven kijken. Of omdat een situatie zodanig hilarisch is dat de tranen je in de ogen springen van het lachen. Die hilariteit kan overigens net zo goed bedoeld als onbedoeld zijn. Op ons niveau geldt meestal het laatste, maar hoe zonde zou het zijn als dat de pret zou drukken?
zondag 12 februari 2017
Luchtsaxofoon met saxofoon
Onlangs was ik saxofoon aan het spelen in het huis van mijn ouders. Ik kreeg een appje van een vriend die de hond aan het uitlaten was en langs liep. ‘Klinkt al best goed’, stond erin. Of dat nu cynisch was of niet, interessanter is dat het betreffende huis in een tuinbouwgebied staat; ik stond 3 muren en een meter of 25 van de weg waar die vriend liep…
Tijdens de eerste lessen was ik me nog niet zo bewust van dat enorme volume - en de onmogelijkheid om het instrument te dempen. Ik zat nog in de fase dat het een uitdaging was om überhaupt geluid uit het apparaat te krijgen, en was blij als dat met overtuiging lukte. Inmiddels is volume produceren niet meer het probleem, de beheersing ervan des te meer.
‘Ja, als je net begint is het moeilijk niet heel hard te spelen. Dat herken ik van toen ik vroeger zelf trompet speelde’, zij mijn bovenbuurvrouw vorige week gelukkig vol begrip, toen ik haar voorzichtig vroeg naar de eventuele overlast die ze van mijn oefensessies hadden. Vooral hun dochters - ze hebben een tweeling, die kunnen samen overigens minimaal hetzelfde volume produceren - moeten er nog een beetje aan wennen. Pas had het indringende geluid één van hen een keer laten huilen, vertelde de buurvrouw. Nu probeer ik veel emotie te leggen in mijn spel, maar ik vrees niet dat dit van ontroering was geweest…
Tja, ik moet toch kunnen oefenen... Inmiddels heb ik wel bedacht hoe ik mijn onervarenheid in deze fase in mijn voordeel kan gebruiken. Naast het produceren van een mooi geluid, zit ik ook nog volop in het proces van noten leren lezen en spelen. En dat kan ook prima zonder geluid, ben ik achter gekomen. Ik zet gewoon de voorbeeldmuziek aan en laat met mijn vingers op de maat met de juiste knoppen meebewegen. Met mijn lippen in volledige rust op het mondstuk. Bijkomende voordelen: ik raak niet buiten adem, ik hoef me niet te ergeren aan mijn eigen valse noten en kan er - zoals bij het alom bekende luchtgitaar spelen, maar dan mét instrument in mijn handen - wel gewoon een stoere houding bij aannemen. Ik had om noten te leren lezen natuurlijk ook gewoon kunnen beginnen met blokfluit mét geluid, maar dan had die stoere houding een stuk moeilijker geweest…
Natuurlijk blijf ik tijdens mijn lessen bij saxschool RCL - een beetje reclame verdient Rachel wel - en in eerdergenoemd vrijstaand huis gewoon geluid produceren. Ik zie de ‘notentraining’ vooral als aanvullende hersentraining; zoals een fanatieke hardloper zijn buikspieren traint met extra sessies. Overigens zijn buikspieren, net als longinhoud, bij saxofoon spelen misschien wel net zo belangrijk als bij hardlopen. Alleen hoef ik ze voor dat doel schijnbaar niet extra te trainen. Mijn lerares zei me pas nog nooit een beginnende leerling te hebben gehad die haar qua volume overblaast… Dat heb ik dus ook nog eens tegen. Al schijn ik van die kracht ooit ook voordeel te gaan ervaren.
De uitvinder van dit complexe en luidruchtige apparaat is Adolphe Sax. Wikipedia leert dat ook hij in eerste instantie huiverig was om zich helemaal te geven. Maar hij wilde juist wél gehoord en niet gezien worden:
(...) Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon. Maar aangezien de saxofoon nog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die goddelijke klanken voortbracht (...)
Het doet een beetje aan The Voice denken; een variant met blaasinstrumenten - The Blow? - zou ook best een leuk concept kunnen zijn. Voor mij zou deelname voorlopig niet weggelegd zijn. De enige die zich voor mij zal omdraaien is waarschijnlijk Adolphe Sax in zijn graf. Maar dan had-ie dat ding maar niet zo’n hard geluid moeten geven.
zondag 22 januari 2017
Oud
Inmiddels is het al weer ruim 11 maanden geleden dat ik mijn laatste wedstrijd liep. En 6 jaar na mijn eerste blogpost. Sinds die post volgden er duizenden kilometers, honderden trainingen en tientallen wedstrijden. Helaas leverden die uiteindelijk meer blessures op dan PR’s.
Sinds mijn ‘wiebelknie’ is het hollen en stilstaan…Nu ik er over nadenk zakken mijn problemen wel steeds verder af: knie, kuit, enkel, voet… en morgen ga ik naar het ziekenhuis voor… mijn teennagel! (Al geeft die vooral klachten in een klimschoen; waar je hardloopschoenen vaak 2 maten te groot koopt, is het bij klimmen juist de bedoeling je tenen zo weinig mogelijk ruimte te geven. Vragen om problemen natuurlijk.) Zou het daar dan eindelijk ophouden, of is het een cyclus die van bovenaf weer opnieuw begint? En moet ik dit jaar extra waakzaam zijn niet te struikelen en hard op mijn hoofd te belanden…?
Master
Ach, het heeft vast iets met ouderdom te maken. Ik ben inmiddels 35: dat betekent dat ik bij officiële wedstrijden zelfs al in een andere leeftijdscategorie val. In plaats van senior ben ik vanaf nu master. Op zich nog een geluk dat de atletiekbond een paar jaar geleden besloot deze Engelse term te gaan hanteren; voorheen werd je op je 35e al veteraan genoemd. Nu zou ik die titel met bovengenoemde hoeveelheid kilometers op de teller op zich ook waarmaken, maar een beetje pijn doet het wel.
Misschien is die ouderdom ook wel een (onbewuste) reden voor mijn nieuwe hobby’s: saxofoon spelen en, sinds vorige week, theatersport. Nieuwe dingen leren; een mooie manier om tenminste de geest jong te houden. In combinatie met nog steeds hardlopen en klimmen, en af en toe de sportschool of een tochtje wielrennen, hoef ik nog niet achter de geraniums te gaan zitten. Ik kan nu eenmaal slecht tegen stil zitten. Gelukkig zijn er voldoende voorbeelden die aantonen dat je lang, heel lang kunt blijven hardlopen…
Maar ja, dan moet het dus wel een keer ophouden met die pijntjes... Gelukkig kost het me - mede dankzij mijn voorliefde voor metaforen - niet veel moeite om willekeurig welke activiteit in verband te brengen met hardlopen: zo kan ik tijdens blessures in ieder geval blijven bloggen (zonder het alléén maar over die blessures zelf te hebben). Het is soms een beetje vrij associëren en improviseren, maar daar komt de theatersport dan weer goed bij van pas.
Wijsheid
Echter, ik tik het voorzichtig, inmiddels gaat ook het hardlopen zelf weer steeds beter. Dit weekend heb ik – ik denk voor het eerst sinds New York – zelfs weer eens een duurloop van bijna 1,5 uur gedaan. En dat min of meer pijnvrij. Voldoende om me weer eens in te schrijven voor de City Pier City Loop in Den Haag, heb ik besloten. Verstandig was misschien geweest om mijn gestel eerst nog eens te testen in een 10 km wedstrijd, voor me meteen aan een halve marathon te wagen. Wijsheid komt met de jaren, zou je zeggen. Maar wijsheid is misschien ook wel om soms minder verstandig te zijn…
En zo heb ik opeens weer een hardloopdoel. Nog 7 weken en dan loop ik mijn eerste wedstrijd als master. Met dezelfde relaxte insteek als de CPC van 2014, maar tot op mijn oude botten gemotiveerd. Ik zal de jongere generatie eens laten zien dat ik nog niet ben afgeschreven!
Sinds mijn ‘wiebelknie’ is het hollen en stilstaan…Nu ik er over nadenk zakken mijn problemen wel steeds verder af: knie, kuit, enkel, voet… en morgen ga ik naar het ziekenhuis voor… mijn teennagel! (Al geeft die vooral klachten in een klimschoen; waar je hardloopschoenen vaak 2 maten te groot koopt, is het bij klimmen juist de bedoeling je tenen zo weinig mogelijk ruimte te geven. Vragen om problemen natuurlijk.) Zou het daar dan eindelijk ophouden, of is het een cyclus die van bovenaf weer opnieuw begint? En moet ik dit jaar extra waakzaam zijn niet te struikelen en hard op mijn hoofd te belanden…?
Master
Ach, het heeft vast iets met ouderdom te maken. Ik ben inmiddels 35: dat betekent dat ik bij officiële wedstrijden zelfs al in een andere leeftijdscategorie val. In plaats van senior ben ik vanaf nu master. Op zich nog een geluk dat de atletiekbond een paar jaar geleden besloot deze Engelse term te gaan hanteren; voorheen werd je op je 35e al veteraan genoemd. Nu zou ik die titel met bovengenoemde hoeveelheid kilometers op de teller op zich ook waarmaken, maar een beetje pijn doet het wel.
Misschien is die ouderdom ook wel een (onbewuste) reden voor mijn nieuwe hobby’s: saxofoon spelen en, sinds vorige week, theatersport. Nieuwe dingen leren; een mooie manier om tenminste de geest jong te houden. In combinatie met nog steeds hardlopen en klimmen, en af en toe de sportschool of een tochtje wielrennen, hoef ik nog niet achter de geraniums te gaan zitten. Ik kan nu eenmaal slecht tegen stil zitten. Gelukkig zijn er voldoende voorbeelden die aantonen dat je lang, heel lang kunt blijven hardlopen…
![]() |
| De legendarische Britse hardloper Ed Whitlock, die eind vorig jaar nog het wereldrecord op de marathon verbrak in de categorie 85+ (onder de 4 uur!) (lees artikel) |
Maar ja, dan moet het dus wel een keer ophouden met die pijntjes... Gelukkig kost het me - mede dankzij mijn voorliefde voor metaforen - niet veel moeite om willekeurig welke activiteit in verband te brengen met hardlopen: zo kan ik tijdens blessures in ieder geval blijven bloggen (zonder het alléén maar over die blessures zelf te hebben). Het is soms een beetje vrij associëren en improviseren, maar daar komt de theatersport dan weer goed bij van pas.
Wijsheid
Echter, ik tik het voorzichtig, inmiddels gaat ook het hardlopen zelf weer steeds beter. Dit weekend heb ik – ik denk voor het eerst sinds New York – zelfs weer eens een duurloop van bijna 1,5 uur gedaan. En dat min of meer pijnvrij. Voldoende om me weer eens in te schrijven voor de City Pier City Loop in Den Haag, heb ik besloten. Verstandig was misschien geweest om mijn gestel eerst nog eens te testen in een 10 km wedstrijd, voor me meteen aan een halve marathon te wagen. Wijsheid komt met de jaren, zou je zeggen. Maar wijsheid is misschien ook wel om soms minder verstandig te zijn…
En zo heb ik opeens weer een hardloopdoel. Nog 7 weken en dan loop ik mijn eerste wedstrijd als master. Met dezelfde relaxte insteek als de CPC van 2014, maar tot op mijn oude botten gemotiveerd. Ik zal de jongere generatie eens laten zien dat ik nog niet ben afgeschreven!
zondag 15 januari 2017
Klauteren en racen door een notenbalk
TIK TIK tik tik tik tik...
Daar gaan we weer. Samengeknepen lippen, onderlip iets naar binnen, mondhoeken gekruld. Niet te hard blazen, niet te zacht. Vooral niet forceren. Ik moet denken aan het mantra van mijn eerste hardlooptrainer. 'Mooi lopen'. Mooi spelen dus. Maar het fijne van hardlopen is dat je één ritme hebt, en dat de enige melodie waar je mee te maken kunt hebben uit een oortelefoontje komt. 'Noten leren lezen is net een taal leren.' Dat is het mantra van mijn eerste saxofoonlerares. Dat zou mij toch moeten liggen. Maar met mijn ogen die horizontaal en verticaal hun weg proberen te vinden over het papier, voelt het voor mij meer als navigeren - en dat is nou niet bepaald een kwaliteit van mij...
De beat die me begeleidt doet me denken aan de voorgeprogrammeerde deuntjes die vroeger uit het keyboard van mijn moeder kwamen. Toen deed ik er gekke dansjes op, nu zorgen ze voor houvast. Maar ook voor druk. De eindtijd staat al vast, maar verder niets. Het gaat niet om snelheid maar om ritme. Niet om kracht maar om souplesse. Toch is het ook hard werken. Terwijl mijn hersenen kraken om de signalen door te geven aan mijn vingers, worden mijn kaakspieren geteisterd door de variërende toonhoogtes. Wat bij het hardlopen voor mijn bovenbenen geldt, speelt nu voor mijn kaken: hoe stijler omhoog, des te zwaarder voor de spieren. Van een G naar een C: dat voel je wel...
Daar is ie-weer: de G-sleutel. Ik vind het nog steeds een raar ding. Was een muziekstuk maar net zo overzichtelijk als een klimwand: daar zijn de grepen weliswaar oneindig divers en de routes onvoorspelbaar, maar volg je uiteindelijk gewoon een kleurtje. Bovendien kun je regelmatig uitrusten en word je continue gezekerd. Als ik nu een verkeerde noot speel ben ik meteen de draad kwijt; dan kan ik net zo goed helemaal overnieuw beginnen. Gelukkig duurt een liedje vaak maar een minuut of 3 of 4. Al ben ik aan een volledig liedje voorlopig sowieso nog niet toe. Laat staan een heel optreden...
Nog één regel. Dit relatief eenvoudige stuk lijk ik nu redelijk onder de knie te hebben. Maar in de toekomst staan me onder meer nog 'driedubbel gepunteerde noten' te wachten, zo las ik in Noten lezen voor dummies. Ga ik dit instrument ooit echt beheersen? Ik zoek maar weer de parallel met het sporten. Er waren tijden dat ik me moeilijk kon voorstellen ooit een 6B te klimmen of een marathon te lopen... Aandacht er bij houden nu; de beat dendert voort. Ik voel me opgejaagd alsof ik tijdens het laatste stuk naar een finishlijn nog bijna wordt ingehaald. Bij het bereiken van de laatste noot voel ik me net zo opgelucht als bij het vastklampen van de laatste greep van een klimroute. Voldaan blaas ik mijn laatste adem uit.
Daar gaan we weer. Samengeknepen lippen, onderlip iets naar binnen, mondhoeken gekruld. Niet te hard blazen, niet te zacht. Vooral niet forceren. Ik moet denken aan het mantra van mijn eerste hardlooptrainer. 'Mooi lopen'. Mooi spelen dus. Maar het fijne van hardlopen is dat je één ritme hebt, en dat de enige melodie waar je mee te maken kunt hebben uit een oortelefoontje komt. 'Noten leren lezen is net een taal leren.' Dat is het mantra van mijn eerste saxofoonlerares. Dat zou mij toch moeten liggen. Maar met mijn ogen die horizontaal en verticaal hun weg proberen te vinden over het papier, voelt het voor mij meer als navigeren - en dat is nou niet bepaald een kwaliteit van mij...
De beat die me begeleidt doet me denken aan de voorgeprogrammeerde deuntjes die vroeger uit het keyboard van mijn moeder kwamen. Toen deed ik er gekke dansjes op, nu zorgen ze voor houvast. Maar ook voor druk. De eindtijd staat al vast, maar verder niets. Het gaat niet om snelheid maar om ritme. Niet om kracht maar om souplesse. Toch is het ook hard werken. Terwijl mijn hersenen kraken om de signalen door te geven aan mijn vingers, worden mijn kaakspieren geteisterd door de variërende toonhoogtes. Wat bij het hardlopen voor mijn bovenbenen geldt, speelt nu voor mijn kaken: hoe stijler omhoog, des te zwaarder voor de spieren. Van een G naar een C: dat voel je wel...
Daar is ie-weer: de G-sleutel. Ik vind het nog steeds een raar ding. Was een muziekstuk maar net zo overzichtelijk als een klimwand: daar zijn de grepen weliswaar oneindig divers en de routes onvoorspelbaar, maar volg je uiteindelijk gewoon een kleurtje. Bovendien kun je regelmatig uitrusten en word je continue gezekerd. Als ik nu een verkeerde noot speel ben ik meteen de draad kwijt; dan kan ik net zo goed helemaal overnieuw beginnen. Gelukkig duurt een liedje vaak maar een minuut of 3 of 4. Al ben ik aan een volledig liedje voorlopig sowieso nog niet toe. Laat staan een heel optreden...
Nog één regel. Dit relatief eenvoudige stuk lijk ik nu redelijk onder de knie te hebben. Maar in de toekomst staan me onder meer nog 'driedubbel gepunteerde noten' te wachten, zo las ik in Noten lezen voor dummies. Ga ik dit instrument ooit echt beheersen? Ik zoek maar weer de parallel met het sporten. Er waren tijden dat ik me moeilijk kon voorstellen ooit een 6B te klimmen of een marathon te lopen... Aandacht er bij houden nu; de beat dendert voort. Ik voel me opgejaagd alsof ik tijdens het laatste stuk naar een finishlijn nog bijna wordt ingehaald. Bij het bereiken van de laatste noot voel ik me net zo opgelucht als bij het vastklampen van de laatste greep van een klimroute. Voldaan blaas ik mijn laatste adem uit.
Abonneren op:
Posts (Atom)





