donderdag 9 augustus 2012

Een ander perspectief


Vanmiddag in de wachtruimte van de sportarts liep mijn hartslag op naar een niveau dat ik met hardlopen al ruim anderhalf jaar niet bereikt heb. De sportarts zou een orthopeed gaan vragen mee te kijken naar de nieuwste MRI. Samen zouden ze vervolgens eindelijk de knoop doorhakken over een eventuele kijkoperatie aan mijn knie. De spanning sloeg om in lichte wanhoop toen ik de man binnen zag komen die een paar maanden geleden al naar mijn eerste MRI had gekeken. Onvermurwbaar liet hij toen weten dat een operatie geen optie zou zijn.

Maar buiten mijn knieklachten blijkt niets zo veranderlijk als een orthopeed, Ook al gaf de tweede MRI een soortgelijk beeld als de eerste - alleen de botkneuzing was weg en kon als oorzaak van de klachten worden weggestreept -, ook hij zag nu geen andere optie meer dan een ‘arthroscopie’. Zijn perspectief is dus toch wat veranderd, na 18 maanden van vruchteloze fysiobehandelingen, heel veel spierversterkende oefeningen, rust, ontstekingsremmers, een brace, een MRI, een ander soort ontstekingsremmers, toch nog maar een periode rust, nog wat fanatieker oefeningen, zooltjes en een nieuwe MRI…  

Duidelijkheid
Het blijft echter de vraag wat ze bij de arthroscopie gaan tegenkomen. Zoals de orthopeed het zei: als ze op een MRI een grote scheur in een meniscus zien weten ze wat ze gaan doen en is er een goede slagingskans. In mijn geval zien ze ‘iets’ bij de meniscus maar blijft het de vraag wat ze precies tegenkomen en of er vervolgens wel of niet iets aan te doen is. Maar voor mij is dat genoeg. Een beetje duidelijkheid ben ik inmiddels wel aan toe; daar wil ik het kleine risico op complicaties best voor nemen. 
.



In plaats van de kans op een mislukte operatie denk ik liever aan het moment dat ik weer volledig fit aan de start kan staan van een wedstrijd. Al dúrf ik er bijna niet aan te denken, zo geweldig lijkt me dat. Grappig is dat, want toen de ellende net begon durfde ik juist niet te denken aan de mogelijkheid dat ik geen wedstrijden meer zo kunnen hardlopen. Zo is ook mijn perspectief langzaam en onbewust 180 graden gedraaid…

Runner's high
Mocht straks de conclusie zijn dat ik mijn knie met 10 jaar heel intensief hardlopen gewoon versleten heb, dan kan ik in ieder geval zeggen dat ik er volop van genoten heb. Want er zijn veel mooie sporten, maar niks haalt het bij hardlopen. Wielrennen komt misschien een beetje in de buurt, maar helaas kan ik ook dat niet voluit doen nu. Hardlopen blijft sowieso de enige sport waar je ‘runner's high’ van kunt ervaren en waar elke amateur zich een beetje topsporter kan voelen, door wekenlang met serieuze trainingsschema’s naar een wedstrijd toe te leven en vervolgens in één startveld te staan met wereldtoppers. En bovendien is het de enige sport waar ik over kan bloggen.

Wanneer de kijkoperatie plaatsvindt is nog niet bekend. Eerst nog een afspraak met de anesthesist, dan zal het in september wel ergens gebeuren. De orthopeed raadde aan voor een ruggeprik te kiezen, zodat ik alles live kan volgen. Een raar idee: in dat geval zou ik pas écht een ander perspectief op mijn knie krijgen…

zaterdag 9 juli 2011

Dromen van Ajax-Feyenoord

Het is exact een half jaar na de eerste post op deze weblog: een verslag van de halve marathon van Egmond. Ergens tijdens of na die wedstrijd, een van mijn beste ooit, ging er iets mis in de knie. Dat k-woord kwam vervolgens voor in te veel van de volgende posts. Ook al probeer ik positief te blijven en ligt het niet aan de inspiratie, het bloggen is even mooi geweest. Eerst maar weer eens helemaal fit worden. Gezien de schematische weergave van mijn herstel tot nu toe, is de tijd die dat nog gaat vergen behoorlijk onvoorspelbaar...


Als blogger voel ik me nu als een sportverslaggever die geweerd wordt bij wedstrijden en alleen nog maar toegelaten wordt tot de massagetafel, het trainingsveld en de persconferenties. Die weliswaar nog steeds verslag kan doen van 'het wereldje' - mede door te putten uit zijn geheugen -, maar die zich nu even te veel een buitenstaander voelt. Voorlopig even geen lopende zaken dus, maar ooit zal deze blog ruimte gaan bieden aan de ultieme post. Een terugblik op mijn tweede marathon; mijn eigen Ajax-Feyenoord.

zondag 26 juni 2011

Van de andere kant

Een dag na de VTM Telecomloop in Maasdijk werd ik vanochtend wakker met spierpijn. Niet in mijn bovenbenen of kuiten, maar in mijn borstspieren en bovenarmen. Hoe ik dat voor elkaar heb gekregen? Iets met een grondboor, vlaggenmasten en parasolvoeten van meer dan 40 kilo zwaar.

Een paar weken geleden besloot ik me op te geven als vrijwilliger bij de betreffende loop. Meelopen was met mijn blessure toch nog geen optie en het leek me een mooie gelegenheid om zo'n evenement eens van de andere kant mee te maken. Dat het vrijwel de hele dag zou regenen, dat kon toen nog niemand voorspellen...

Westlands oergesteente
Om kwart over 7 zat ik op de fiets. Richting een druilerig grasveldje in het hart van het Westland, dat de uren erna zou worden omgebouwd tot een bruisend 'Malieveld van Maasdijk'. Naast het ophangen van sponsordoeken en beach flags, het opzetten van tenten en kraampjes en het  plaatsen van dranghekken en parasollen, ontwikkelde ik mezelf vooral tot 'hoofd grondboren', verantwoordelijk voor zo'n 25 1-meter-diepe gaten (dwars door nauwelijks doordringbaar Westlands oergesteente) voor evenzoveel vlaggenmasten.

Nou moet ik er bij vermelden dat ik over het algemeen niet echt uitblink in spierkracht en handigheid, dus een echte onmisbare vrijwilliger voelde ik me deze ochtend nog niet. Maar die vlaggenmasten stonden best recht, vond ik, en ik heb in elk geval niet in de weg gelopen.

Anders was het in de middag: toen voelde ik me zeker belangrijk en liep ik wel degelijk in de weg. Voor de auto's weltevestaan. Als verkeersregelaar had ik de eer - samen met 2 collega's - het drukste punt van het parcours te verdedigen: waar de Lange Kruisweg de Pettendijk kruist. Nou, dan weet je het wel...


Buurtbewoners die 'echt om de hoek wonen en dan toch best wel even een stukje over het parcours mogen', een stoet van zo'n 50 uitgelaten solex-rijders die als een zwerm bijen op je af komt en het parcours gezamenlijk wil oversteken, een stel aggressieve Westlandse tuinders die hun auto uitstappen en verhaal komen verhalen omdat de hele rotonde is vastgelopen. Op dat soort momenten inschatten wanneer je een auto wel of niet kan laten oversteken - op basis van gaten in het loperspeloton -, en vervolgens weer met gevaar voor eigen leven voor de volgende auto springen - omdat die er van uitgaat er vooral snel achteraan te moeten - dat zorgt nog best voor de nodige adrenaline. Topsport is het!

Brandweer tegenhouden
Ook mooi: lopers die ondanks hun vermoeidheid en concentratie de moeite doen je met een gemeend 'bedankt', een opgestoken hand of simpelweg een kort knikje bedanken voor hun vrije doortocht. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar zelf als loper nog nooit de energie voor heb opgebracht... En wie kan zeggen dat hij wel eens vol overtuiging en met 1 simpele handbeweging een brandweerwagen (zonder sirene weliswaar) tot stilstaan heeft gebracht?

Moraal van het verhaal lijkt me duidelijk. Wie ook zo geniet van het lopen van wedstrijden en eens geblesseerd is: maak zo'n dag eens van de andere kant mee. Je begeeft je in goed gezelschap, want ik denk dat het vrijwilligerscorps gisteren zeker voor de helft uit mede-gebleseerde lopers bestond. Als ik tegen die tijd weer fit ben en langs je loop, beloof ik zeker even een knikje te geven.

zondag 22 mei 2011

Positieve kijk

Een paar weken geleden blogde ik over de zo positief ver/ge-lopen Paasloop in Pijnacker, met de vraag 'hoe kwam het'? Diezelfde vraag kan ik nu wel weer stellen over mijn huidige toestand. Het gaat inmiddels weer wat beter, maar vorige week voelde mijn knie de hele week alsof ik op 1 been een 5 km wedstrijd had gehinkeld ...

Misschien moet ik de oorzaak van de terugval uiteindelijk toch zoeken in diezelfde Paasloop. En de daarop volgende (iets te) enthousiaste trainingsinzet. Tja, ik mocht het in die tijd best een beetje voelen van mijn fysiotherapeut, maar wat is een beetje?! Inmiddels gaat het weer iets beter, maar wat lijkt een wedstrijd nu weer ver weg... Sinds maandag ben ik - 2,5 week na mijn ontslag  - weer opnieuw aangenomen bij de fysio en met hernieuwde energie begonnen aan mijn nog niet verleerde oefeningen...

Ik probeer de situatie maar zo positief mogelijk in te zien...

Zo kan ik me met die oefeningen in de fitnesszaal - die nu uitgebreider, zwaarder en frequenter zijn dan ooit - toch nog een beetje sportman voelen. Erg lekker om weer eens goed te zweten en de volgende dag flinke spierpijn te voelen. Alleen het competitie-element ontbreekt nog. Ik zou de strijd kunnen aangaan met mede-fitnessers (wie kan het hardst infietsen, wie kan het meeste gewicht wegduwen met 1 been) maar dat is vermoedelijk niet per se het meest positief voor het herstel van mijn knie...



Bovendien heb ik dat soort alternatieven helemaal niet nodig om in deze tijden alsnog unieke prestaties neer te kunnen zetten. Ondanks alles heb ik de afgelopen periode namelijk nog meerdere hardlooprecords gebroken. Zo liep ik in Leiden mijn langzaamste 10 kilometer ooit, verbrak ik in de periode erna regelmatig mijn record 'kortste training ooit'  en ben ik op dit moment hard op weg naar mijn langste aaneengesloten periode zonder hardlopen sinds tijden... Die wapenfeiten neemt niemand me meer af.

Er zijn ook nog andere - iets serieuzere - voordelen. Zo heeft deze blessure me gedwongen tot krachttraining. Nu pas (wellicht wat laat, na bijna 10 jaar hardlopen) zie ik in hoeveel baat je hier als loper van hebt. Niet alleen om blessures te verhelpen en - beter nog - voorkomen, maar zeker ook om prestaties te verbeteren. Ik sluit niet uit dat die Paasloop zo makkelijk voelde door de krachttraining van de weken ervoor. En misschien dat het ook nog wat spierpijn scheelt na mijn volgende halve of hele marathon.

En dan is er ten slotte nog de mentale winst van zo'n gedwongen rustperiode. Niet alleen doet die me weer extra inzien hoe mooi de sport eigenlijk is, bewust of onbewust ben ik er ook mijn geduld, incasseringsvermogen en doorzettingsvermogen flink mee aan het trainen. Eigenschappen die in een wedstrijd vaak genoeg uitstekend van pas komen...

Kortom, what doesn't kill you makes you stronger...

zondag 8 mei 2011

Waar doe ik het voor?

Het herstel van mijn wiebelknie vergt toch wat langer dan ik gehoopt had, voorlopig dus nog even geen wedstrijden voor mij. En dat is jammer, want ik kijk er al weer naar uit weer eens lekker kapot te gaan op een 5 of 10 kilometer. Ook al is het eigenlijk maar een raar fenomeen, de 'wegatletiekamateurwedstrijdsport'. Ik behoor nu eenmaal tot de amateurlopers mét KNAU-licentie en ambitie, maar zónder het aangeboren talent om echte snelle tijden te lopen. Trots heb ik rechts hiernaast mijn PR's opgesomd. Maar het verschil met de top is en blijft - vind ik zelf - schokkend. Niet alleen met de internationale top, maar ook met de landelijke en zelfs de regionale...

Geen bier onder de douche
En wat voor mij geldt, geldt voor vele collega-lopers. De gemiddelde hardloper zal waarschijnlijk nooit het genoegen smaken een wegwedstrijd te winnen. (Ook als laatste eindigen is trouwens voor maar weinig mensen weggelegd, dat is de andere kant). Het is het lot van de wegatletiekamateurwedstrijdloper. We nemen onze sport serieus, maar zien onze trainingsarbeid en doorzettingsvermogen nooit beloond met een podiumplek of een bokaal. Laat staan dat we - zoals de teamsporter - het gevoel kennen na afloop van een gewonnen wedstrijd zingend met een krat bier onder de douche te staan. Wij zijn blij met een 13e, 47e of 178e plaats (afhankelijk van de schaal van de wedstrijd), drinken ons Extrannetje en haasten ons naar huis voor een stevige maaltijd om onze eiwitvoorraad aan te vullen. Want we hebben in Runner's World gelezen dat dat goed voor ons is.

Ook wat toeschouwers betreft worden we meestal niet verwend, de Rotterdam Marathon en een paar andere grote wedstrijden daargelaten. Ok, er staan ook bij lokale hardloopwedstrijden meer mensen langs de kant dan bij een gemiddelde tennis- of voetbalwedstrijd, maar dan wel verspreid over een lint van minimaal 5 kilometer... En vaak ook nog voor 95% gecentreerd rond de finish. Het meest pijnlijk wordt het op stukken parcours die over of langs plekken gaan waar het dagelijks leven gewoon zijn gang gaat. Bij wedstrijden over het strand bijvoorbeeld. Terwijl lokale dorpsbewoners er op hun gemakje de hond uitlaten, verliefde stelletjes over het strand slenteren en kinderen aan ijsjes likken, werken wij ons op datzelfde strand met rood aangelopen hoofd en verzuurde bovenbenen op een meter afstand van dit 'publiek' in het zweet. Hoe vaak heeft mijn lichaam op zo'n moment al niet vanuit al mijn porieen geschreeuwd 'Vind ik dit leuk?'of 'Waar doe ik dit allemaal voor?' Voor de medaille? Mwoah. Alleen - opnieuw diezelfde uitzondering - op die van Rotterdam ben ik echt trots.

Magische grenzen
En toch kan ik niet wachten tot de eerstvolgende wedstrijd waar ik weer kan 'knallen'. Want de overwinning cq beloning bij het hardlopen zit niet alleen in het verbeteren van PR's of het doorbreken van magische grenzen  (voor mij: 40 minuten op de 10 km of 1,5 uur op de HM, misschien ooit 3 uur op de Marathon), maar vooral ook in de kleine en onverwachte dingen. Je totaal uit vorm voelen en toch opeens - voor jouw doen - de sterren van de hemel lopen. Een loper inhalen waarvan je weet dat die op papier eigenlijk sterker is. Even het gevoel hebben dat het allemaal vanzelf gaat, al is het maar voor een paar minuten en zak je daarna weer volledig in. Op het laatste rechte stuk nog de energie hebben voor een eindsprint en daarmee op de valreep nog eens 3 mensen inhalen. En zo kan ik nog wel even doorgaan...

Het is een beetje zoals met deze weblog. Het zou best leuk zijn wat meer publiek te hebben of misschien af en toe een reactie/aanmoediging te krijgen. En de Dutch Bloggie Award zal ik wel nooit winnen (al is het maar omdat die niet meer bestaat). Maar zo lang ik me niet blesseer met een writer's block, schrijf ik gewoon door.

maandag 25 april 2011

Kwam het door...

  • het positieve effect van de gedwongen relatieve rustperiode die achter me ligt, in verband met mijn wiebelknie
  • de krachttraining  - inclusief de ontelbare kniebuigingen - van de afgelopen weken?
  • de ontspannen start, doordat ik deelname als een testloop zag (in een veel lager tempo dan ik uiteindelijk liep...)?
  • dat ik op mijn best ben onder warme omstandigheden? 
  • mijn 'nieuwe' schoenen, die uiteindelijk - anderhalve maand later dan gepland - toch hun wedstrijddebuut maakten?
  • de overbekende omgeving - precies tussen mijn huidige en mijn ouderlijk huis - waar zoveel trainingskilometers liggen en die het tot een ultieme thuiswedstrijd maakte?
  • dat 8 km - een afstand die ik zo ver ik me herinner nog nooit gelopen had - mij gewoon goed ligt?
  • de extra eiwitten van al die barbeques de afgelopen dagen?
  • dat het simpelweg mijn dag was (hoe is anders te verklaren dat ik in de door de organisatie opgezette loterij-op-startnummer, lopend in Rijk Zwaan-shirt, precies met het groentepakket naar huis ging?)




Feit is dat ik vanochtend zonder diep te gaan een tijd van 33 minuten en een beetje liep op de 5 EM Work Support Paasloop in Pijnacker. En dat mijn knie zich prima gehouden heeft! Nu nog even duimen dat ik geen naweeën krijg... en dan op een naar een nieuw PR op de 10 kilometer!

maandag 11 april 2011

Lopers aanmoedigen tijdens een Marathon

Gisteren stond ik met heel veel plezier langs de kant bij de Rotterdam Marathon: zeker nadat ik hem in 2009 zelf een keer gelopen heb was het weer een feest van herkenning. Maar ik voelde ook een morele plicht: aangezien ik zelf weet wat voor kick je krijgt van het publiek langs de kant, wilde ik mijn loopmaatjes - en de andere duizenden - alle mogelijke steun geven. Maar lopers aanmoedigen tijdens een marathon, dat is nog een hele kunst.



Want wat is nou eigenlijk een goede (effectieve) aanmoediging? Natuurlijk hangt het af van de positie langs het parcours die je kiest, maar normaal gesproken zouden de eerste 30 km voor de marathonloper eigenlijk sowieso gemakkelijk moeten gaan. In die fase is het meer een kwestie van groeten, of misschien alvast succes wensen met wat er komen gaat. Echt aanmoedigen, dat hoeft normaal gesproken pas vanaf een kilometer of 30.

Cliché's
Aangezien de loper dan al een eind gevorderd is, is het verleidelijk een kreet te kiezen uit de categorie 'nog een klein stukkie' of 'je bent er bijna' . Maar ik heb me heilig voorgenomen dat cliché nooit te gebruiken. Ik hou sowieso al niet van cliché's en sinds ik zelf ervaren heb hoe oneindig zelfs de laatste paar honderd meter van een marathon nog kunnen aanvoelen, weet ik dat er bovendien niets van klopt. Of dat het in ieder geval niet zo aanvoelt.

Kortom, juist tussen de 35 en 40 km - wanneer het er echt om gaat - is de noodzaak hoog maar het repertoire beperkt. De contouren van een eindtijd worden voorzichtig zichtbaar (hoewel er uiteindelijk nog een hele hoop te verliezen valt) maar wat kun je daarmee als je de doelen van een loper niet kent? 'Bravo, je gaat onder de 4 uur lopen!' Hoe komt dat over op iemand die een PR van 3,5 uur heeft staan en 4 maanden lang 6 keer in de week getraind heeft om dat die dag te verbreken?

Het is dus handiger als je (de doelen van) iemand kent. Maar gisteren waren de omstandigheden door de warmte voor veel lopers niet ideaal. Ook iemand waarvan je weet dat die voor zijn of haar doen geen toptijd meer zal lopen, wil je het liefst nog een hart onder de riem steken. Maar wat kun je nog als je nadat je iemands aandacht getrokken hebt  door zijn naam te roepen - meteen 'Ik ben helemaal dood' krijgt teruggekaatst? Uhm.. toch maar gewoon de meest eenvoudige aller aanmoedingen dan? 'Kom op!'?

Humor
Als je iemand echt goed kent kun je je nog wenden tot het middel humor, maar dat kan ook nog verradelijk zijn. Iemands gevoel voor humor zou - onder invloed van wanhoop of fysieke pijn - zo maar ineens tijdelijk bijgesteld kunnen zijn. Of als je een hele goed grappenmaker bent praat je iemand misschien in een lachstuip, dat zou ook zonde zijn van zijn of haar energie.

Natuurlijk kun je ook gewoon je mond houden en een moeilijk gezicht naar de in nood verkerende loper trekken, om te zien dat je echt heel erg meeleeft. Maar er komen ook wel eens lopers voorbij die de rollen omdraaien. Die weten op de een of andere manier de energie op te brengen om zelf het publiek op te zwepen. Als Peter van Vossen in zijn beste tijd bij Feyenoord. Het werkt altijd fantastisch want - misschien deels uit schuldgevoel - in zo'n geval veert het publiek vaak massaal op. Vervolgens blijf je even klappen, maar dat houd je ook geen 4 uur achter elkaar vol. (Hoewel je op zich zou kunnen denken dat je 4 uur achter elkaar hardlopen ook niet volhoudt.)

Uiteindelijk hebben jonge kinderen misschien nog wel de meest oprechte, onbevangen en daardoor meest effectieve aanmoedigingen in huis. Maar hoewel ik vaak heel wat jonger geschat wordt dan ik ben, vrees ik dat ik dat effect toch niet meer kan oproepen...

Ach, eigenlijk kun je ook gewoon beter zelf meelopen. Maar om me voor volgend jaar weer in te schrijven heb ik wel nog wat... uhm... aanmoedigingen nodig...